vrijdag 2 februari 2018

Steven Bradbury...

Door Tjalling van den Bosch

Zegt de bovenstaande naam u iets?
Ook niet als ik zeg: Olympische Spelen 2002 (Salt Lake City), shorttrack?
Ewel, daar gaan we: Steven Bradbury is een voormalig shorttracker uit
Australië; hij won in 2002 Olympisch goud op de 1.000 meter in het
shorttrack op een heel bijzondere manier.

Bradbury werd eigenlijk reeds in de kwartfinale uitgeschakeld, maar
doordat de winnaar van zijn race werd gediskwalificeerd, ging hij toch
door naar de halve finale.
In die race kon Bradbury absoluut niet meekomen; hij reed op grote
achterstand, maar toen gebeurde het ongelooflijke.
Doordat 3 van de 4 schaatsers voor hem, vlak voor de finish onderuit
gingen, kwam Bradbury als tweede over de finish en plaatste zich op
die manier voor de finale!

Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen, want in de strijd om het
goud ging het nog een graadje erger!
Bradbury kon ook nu absoluut niet meekomen; halverwege de finale
reed hij al op een half rondje achterstand.
Totaal kansloos dus, maar ach, hij had toch maar mooi de finale bereikt,
zij het met het nodige geluk!

Echter . . ., in de laatste bocht gingen de vier koplopers onderuit (inclusief
de grote kampioen Apolo Ohno)!!
Daardoor ging Steven Bradbury als eerste over de finishstreep en was hij
de eerste atleet van het 'zuidelijk halfrond' die een gouden medaille won
tijdens de Olympische Spelen van 2002!
Tijdens zijn overwinningsspeech zei een nog steeds volkomen overdonderde
Bradbury: "Ik dacht, wacht eens even, ik geloof dat mijn schaatsen als eerste
door de finishlijn gingen"!

Hepie . . .

Uw penneleur moest aan Bradbury denken na afloop van het Hepie Koelstra
Open Rapid Damtoernooi in Twijzelerheide; afgelopen zaterdag (27-1-2018).
De winnaar van het toernooi werd Sietse Nagel; gezien het deelnemersveld
een even onverwachte winnaar als Bradbury in 2002!

Sietse Nagel
Anders dan de Australiër kon Nagel wel goed meekomen, alhoewel hij op voorhand niet eens als outsider werd gezien!Nagel begon in de eerste ronde nog voorzichtig met een puntendeling, maar kwam daarna goed op stoom; hij bond de éne na de andere tegenstander aan zijn zegekar.
Doordat diverse 'op papier' sterkere tegenstanders onderuit gingen (onder wie de huidige wereldkampioen Alexander Shvartsman), kreeg Nagel alleen maar dammers tegenover zich die hij (met een beetje geluk) zou moeten kunnen hebben!
En dat deed hij ook; in de zesde ronde kreeg Nagel wel een (op papier) sterke
opponent voorgeschoteld, maar hij hield stand; een puntendeling was het resultaat.
Toen Nagel ook in de laatste ronde zijn tegenstander verschalkte, kwam hij als eerste over de finishlijn; hij had als enige 12 punten gescoord hij 7 partijen.
 
Voorbereid . . .!

Het duurde even voordat een totaal overdonderde Sietse Nagel het allemaal
een beetje helder voor de geest kreeg; hij was de onverwachte winnaar van
het Hepie-toernooi!
Tijdens zijn goed voorbereide overwinningsspeech (hij las het voor van een
briefje! - alsof hij zijn overwinning had zien aankomen! -) bedankte de trotse
winnaar alles en iedereen; natuurlijk de organisatie en zijn tegenstanders,
maar ook zijn buurvouw, zijn 'verre' achterneef en zijn logeervriendin, die
blijkbaar allen een goede invloed op hem hebben.
Tenslotte droeg hij zijn titel op aan de, in augustus 2017, overleden
Leo van der Galiën, die het toernooi (samen met Hans van Dijk) 13 jaar
achterelkaar had georganiseerd.

Het was nog lang onrustig in Twijzelerheide . . .! 

donderdag 25 januari 2018

Dringen zich op...

Door Tjalling van den Bosch

Met enige regelmaat hoort men de frase: "De Geschiedenis herhaalt zich".
Schaaktoernooi 'De Hoogovens' wordt dit jaar (2018) voor de 80ste keer
georganiseerd.
Natuurlijk heet het tegenwoordig 'Tata Steel Chess', maar de eerste zes
decennia was het 'De Hoogovens', dus weet elke rechtgeaarde denksporter
wat je bedoelt!

Opmerkelijk . . .

Hoe stond het er in 1937 voor(?), toen het idee voor een groots schaaktoernooi
in Nederland vaste grond onder de voeten begon te krijgen; overeenkomsten
met het dammen anno 2018 dringt zich op!!

De dertiger jaren van de vorige eeuw stonden vooral in het teken van de economische crisis; met de onvrede daarover ontstonden er politieke bewegingen, die we tegenwoordig als populistisch kenmerken.
Op schaakgebied had de Nederlandse wereldkampioen (Max Euwe) zijn titel in 1937 af moeten staan aan de Rus Alexander Aljechin. Mede door het succes van Euwe in de jaren daarvoor (vooral toen hij in 1935 wereldkampioen werd, door dezelfde Aljechin in een match over 30 partijen te verslaan) waren de schaakborden en -stukken niet aan de slepen(!) én was er tijdens die hausse sprake van een overvolle wedstrijd-kalender.
Toch waren er in 1937 mensen die vonden dat er toen in Nederland ook nog een echt groot, aansprekend schaaktoernooi moest komen.

Het was in die periode (financiële depressie) niet zo makkelijk om sponsors te vinden, daarom was het schaaktoernooi in eerste instantie niet echt groot van opzet. Men vond het staalconcern 'De Hoogovens' bereid om onderdak te bieden aan het toernooi en later zou de directie zich min of meer verantwoordelijk voelen voor het evenement, waardoor er sprake was van een zekere (in eerste instantie kleine)financiële vastigheid.
Mede door de niet aflatende ijver van Euwe, om zoveel mogelijk sterke schakers naar Velsen (noord) te krijgen (waar de fabriek stond - en nog staat -; later zou het toernooi uitwijken naar Beverwijk en weer later naar de plaats waar het nu nog steeds plaatsvindt, Wijk aan Zee), groeide het toernooi langzaam meer zeker.
In de eerste oorlogsjaren (WO 2 van 1940-1945) waren er natuurlijk veel meer problemen, maar toch wist men het toernooi, ook in die donkere dagen, vrijwel altijd doorgang te laten vinden (met uitzondering van het laatste oorlogsjaar).

Ook in de jaren na de tweede wereldoorlog was het in eerste instantie moeilijk om een fatsoenlijk toernooi op poten te zetten, maar in de jaren daarna (vanwege de gestaag groeiende economische vooruitgang) ontwikkelde het toernooi zich tot wat het nu is:
Het grootste, meest aansprekende schaakevenement van de wereld!

Dammen . . . 

Het is bekend dat er lezers (m/v) zijn, die het bovenstaande wel aardig vinden, maar toch ook denken: "Dit is een dam-blog . . ."! Dat is ook zo, maar het hier boven geschetste beeld scheelt toch ook weer niet zoveel van de dam-situatie anno 2018!
In het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw meent een viertal mannen, dat het tijd wordt voor een groot aansprekend damtoernooi in het Noorden van ons land! Meer dan een halve eeuw geleden waren er in het noorden van ons kikkerlandje mooie, grote damtoernooien, zoals o.a. het Turkstra- en Brinta-toernooi.
Het laatste grote damtoernooi (met wereldtoppers) in Noord-Nederland waren de tweejaarlijkse Seaport Masters in Delfzijl, van 2008 t.e.m 2012, maar sindsdien is het rustig op dat gebied.

Daar gaat verandering in komen als het aan Stichting Aan Zet ligt! Van 18 t.e.m. 24 juni 2018 komt er in Ens wederom een groot dam-toernooi, waarvoor de organisatie het heeft klaargespeeld dat de internationale dambond (F.M.J.D.) het per direct doteert met 3-sterren! Het verhaal omtrent 'die sterren' zal ik u besparen, maar voor wereldtoppers is het daardoor extra aantrekkelijk. Het is een 'open toernooi', dus kan iedereen er aan meedoen, van grootmeester tot en met liefhebber!

De vergelijking met 1937 (De Hoogovens) dringt zich op; hebben we ook nu niet te maken met een financiële crisis en is er wereldwijd ook geen sprake van toenemend populisme? Heeft 'onze' damwereldkampioen (Roel Boomstra) zijn titel afgelopen jaar ook niet moeten inleveren bij een Rus (Alexander Shvartsman)!
Stond het dammen het afgelopen jaar ook niet goed in de schijnwerpers?
Hebben we thans ook niet te maken met een overvolle wedstrijdagenda?
Er zijn dus ook nu mensen, die vinden dat er in Nederland wederom een groot en aansprekend damtoernooi moet komen; Open Flevoland (www.aanzetdammen.nl).
De heren van stichting Aan Zet (IJsbrand Haven, Bart Jonker, Piet Dijkstra en Joop Kip) hebben in het verleden al fantastische damevenementen op de kaart gezet; op fraaie locaties en met topbezettingen: Adel verplicht heren . . .!

Toch ook . . .

Tijdens het schrijven van dit epistel, bekruipt mij toch ook een unheimisch (om toch vooral maar een Duits woord te gebruiken) gevoel; stonden de eerste 'De Hoogovens' ook niet aan de vooravond van een wereldoorlog?!?Laten we het beste er maar van hopen . . .!

Post scriptum:
Het Tata Chess Tournament is te bezoeken tot en met aanstaande zondag (28-1-2018). Aanstaande zaterdag 27-1-2018 is het Hiepie Koelstra-Rapid-damtoernooi in Twijzelerheide (opgeven tot vrijdagmiddag 26-1-2018; via: jw.vandijk@knid.nl ).


donderdag 18 januari 2018

De last...

Door Tjalling van den Bosch

Door in december 2016 de match om de wereldtitel dammen van 
Jan Groenendijk te winnen viel er een last van de schouders van 
Roel Boomstra; hij had zijn jeugddroom uit laten komen, hij was 
wereldkampioen dammen. 
Echter, 'De last' verdween niet! 
Het dragen van de titel bleek een onaangename verrassing in petto 
te hebben voor de vaandeldrager van het Nederlandse dammen;
de last van het zijn . . .! 
Ook bij twee andere denksport-wereldkampioenen kan men
(volgens mijn bescheiden mening) spreken van hetzelfde euvel!
Schaakwereldkampioen Bobby Fisher en de wereldkampioen
dammen Jannes van der Wal. 

Leeg . . . 

De helaas veel te vroeg overleden Van der Wal voelde zich, na het
behalen van zijn meest opzienbarende zege (Sao Paulo - 1982 -),
leeg; hij wilde altijd hogerop en nu was er niets meer! 
Tijdens het beroemde (beruchte?) live-interview met Mies Bouwman 
(direct na het behalen van zijn wereldtitel) probeerde de gastvrouw
nog quasi grappig "of er niks hoger was"? 
"Nou ja" probeerde Jannes nog "het heelal of zo, maar ik weet niet uh . . .", 
waarna het publiek lachte!
Uiteindelijk raakte Van der Wal in een tijdelijke depressie en ook zijn 
onvoorwaardelijke liefde voor het edele damspel was na zijn wereldtitel
al snel tanende. 

De Amerikaanse schaakgrootmeester Bobby Fisher zag zich reeds op zeer
jonge leeftijd al als wereldkampioen schaken.
Toen hij die titel, na een match (Reykjavik - 1972) tegen de zittende
wereldkampioen (de Rus Boris Spasski), had gewonnen, ging hij zich nog
zonderlinger gedragen dan dat hij altijd al deed.
Fisher zou na 1972 nooit meer een serieuze match of toernooi spelen en
altijd waren het anderen die dat volgens hem voorkwamen, het lag nooit
aan hemzelf (externe attributie - hij zocht het niet bij zichzelf, terwijl daar
wel het probleem lag! - met ander woorden, Fisher liep vanuit geestelijk
oogpunt helemaal vast!! -). 

Tegenovergestelde . . . 

Er zijn mensen die zo ééndimensionaal zijn dat ze rustig decennialang 
altijd weer hetzelfde nastreven, maar er zijn er dus ook die altijd  
meer willen (hogerop) en die laatste groep kan het geestelijk moeilijk
krijgen wanneer het uiteindelijke doel is bereikt. 
Trouwens ook de eerste groep (de 1D) kan tegen psychische problemen
aanlopen, wanneer men het beperkte van hun streven inziet! 

Ontstaan er bij sporters (en eigenlijk ook bij andere mensen die iets 
nastreven) altijd psychische problemen als het grote doel is bereikt? 
Oh nee, zeker niet, maar sporters worden in eerste instantie door de
omgeving (denk aan ouders, trainers, coaches, fysieke en mentale
begeleiders) altijd gestimuleerd om door te gaan; voorbereid om het
grote doel te bereiken. 
Daar is niets mis mee, maar . . . meestal wordt er geen rekening 
gehouden met de dag nadat het grote doel is bereikt! 
Veel sporters verblijven, na het grote succes, eerst nog een tijdje in
een roes (huldigingen, tv-optredens en wat al niet meer), maar soms
ontdekken ze dat er door niemand rekening is gehouden met het zijn
Nu valt het de directe omgeving van de sporter niet altijd kwalijk te 
nemen; men gaat er als vanzelfsprekend vanuit dat met het bereiken 
van het grote doel, 'gouden tijden' aanbreken, vol geluk en voorspoed.
Maar ooit komt de dag dat zo'n sporter 's morgens wakker wordt, naar
zijn trofee kijkt en denkt: "Wat nu?". 
Bij de meesten is er wel een natuurlijk vervolg, maar er zijn er dus
ook die moeite hebben met het oppakken van hun leven na de
grote triomf. 
Ze vinden dat de 'buitenwereld' anders naar ze kijkt, maar zelf zitten 
ze ook in een ander denkpatroon! 

Teleurstellend . . . 

Roel Boomstra zei over zijn teleurstellend optreden in 2017 tegen 
Ernst Slagter (journalist van het Nieuwsblad van het Noorden): "Mijn 
resultaten na de WK-match waren dramatisch. Ik heb in de afgelopen 
vijf jaar niet zo slecht gedamd". 
"Ik ging experimenteren. Heel stom, want ik ben wereldkampioen 
geworden door mijn eigen spel te spelen. Mijn eigen trainingsniveau 
was ook niet op peil, dus het was sowieso onzinnig om het over een
andere boeg te gooien". 
Verder gaf Boomstra in het interview aan dat hij naast zijn studie 
natuurkunde ook nog eens 40 uur per week kwijt was aan het dammen; 
tja, dan weet iedere ervaren begeleider dat er een terugslag zit aan te
komen.  

Het is te hopen dat het Boomstra gegeven is om zijn intrinsieke vuur
en passie voor het dammen terug te krijgen; hij mag dit jaar (2018)
wederom (in een match) een gooi naar de wereldtitel doen.
Zijn opponent is de huidige wereldkampioen dammen, de Rus
Alexander Shvartsman! 

Hup Roel . . .!

 

maandag 15 januari 2018

Slow movement...

Door Tjalling van den Bosch

De vaste lezers (m/v) weten het wel, ik ben een liefhebber van 
damverhalen, maar helaas zijn de meeste damboeken overdadig 
gelardeerd met diagrammen, met bijbehorende varianten. 
Op zich zijn boeken met veel diagrammen etc. helemaal niet 
verkeerd, ook daar kan ik mij uren mee vermaken, maar dan 
moet ik mij echt 'installeren'; achter het bureau met dambord 
en schijven in de aanslag. 
Soms echter wil ik alleen maar lezen; verhalen over dammen en 
dammers (m/v). 
Helaas moet ik me vaak behelpen met 'de jongens van de andere 
kant' (schakers dus).  
Schakers als Jan Timman, Genna Sosonko en Hans Ree hebben 
schitterende verhalen geschreven over het schaken en hun 
vakbroeders (en zusters). 

Op de vingers van één hand . . . 

Ik wil dus graag damverhalen lezen en dan wel in boekvorm; zijn we 
in Friesland eindelijk van die kleitabletten af, zitten we weer met zo'n 
ding in de handen. 
Nee, boeken zijn voor mij een must; lekker bladeren en eventueel 
aantekeningen maken, dat is voor mij een ware vorm van genieten! 
Maar helaas (Oh Schmerz), is het aantal boeken met damverhalen 
op de vingers van één hand te tellen. 

Bij toeval ontdekte ik een nieuw damboek, dat volledig in mijn 
behoefte voorziet(!); de titel is: Dammers - een slow movement
Kijk, dan ben ik ook niet schijterig en koop het direct; niet eerst kijken 
of het de prijs (15 euro) wel waard is, nee, een dergelijk initiatief moet 
gewaardeerd worden. 
De auteur is Martin de Wolf; een dammer die nauw verbonden is aan 
damvereniging De Variant uit Oudenbosch (Noord-Brabant). 
Onder andere door crowdfunding werd het drukken (en het uitgeven) 
van het boek mogelijk en dat is wat mij betreft maar goed ook. 

Waarschijnlijk door de vorm van het boek (vierkant) van De Wolff, 
moest ik gelijk denken aan het schaakboek van Max Pam: De zuiverste 
liefde is die tussen een man en zijn paard. 
In het schaakboek uit 1975 staan interviews met bekende schakers, 
zoals Jan Timman, Max Euwe, Hein Donner etc.; ik heb het verslonden! 
In het boek van De Wolf echter hebben damliefhebbers het hoogste 
woord; gewone dammers, met  op één of andere manier allemaal een 
link met de damclub van de auteur. 
De één is een voormalig Olympiër(!) en de ander woont en werkt in 
Australië(!), maar ze zijn allemaal gek op het spelletje. 
Het is mooi om te lezen wat deze dammers drijft en hoe men de 
zuivere liefde voor het edele damspel verwoordt! 

Uitzonderingen . . .

In het voorwoord zet de auteur op een bijzondere manier het dammen 
anno hodie neer: "Er wonen in Nederland inmiddels meer Peruanen dan 
actieve dammers. Dat is merkwaardig, gezien het feit dat Nederland voor 
Peruaanse migranten geen logische bestemming is". 

Twee andere geportretteerden komen niet uit de schoot van de 
Oudenbosche damclub. 
Hoofdstuk 1 is gewijd aan de voormalige voorzitter van de werelddambond 
(en emeritus hoogleraar antropologie) Wouter van Beek; hij heeft o.a. laten 
optekenen: "Je kunt stellen dat je met het dammen in een andere wereld 
bent, waar tijd eindeloos is. De klok naast het bord representeert dat 
parallelle tijdverloop". 
De auteur haakt daar met zijn 'slow movement' (ondertitel van het boek)
nog even op in. 
Verder gaat Van Beek nog in op de cultuurverschillen in de damwereld en 
op de unieke Nederlandse clubcultuur. 

Het tweede hoofdstuk is tot stand gekomen na twee interviews, welke in 
totaal bijna 10 uur in beslag hebben genomen; 'slow movement' in optima 
forma concludeert de schrijver.
Het is een opzienbarend verhaal geworden. 
Het chapiter gaat over niemand minder dan Ton Sijbrands (nadere introductie 
overbodig); het is een prachtig verhaal geworden, waar met zorg aan is gewerkt. 
Zo worden de diepere achtergronden duidelijk van Sijbrands' besluit om 
eind tachtiger jaren (van de vorige eeuw) opnieuw een gooi naar de wereldtitel
te doen. 
Ook komt de 'slow movement' weer aan bod; Sijbrands ziet alle veranderingen
in het speeltempo als een aanslag op het zuivere wedstrijddammen: "Die 80' +
1' vind ik juist vreselijk. Nee, ik ben heel erg voor het oude speeltempo, gewoon
50 zetten in 2 uur. Ik had nog liever 50 zetten in 3 uur gehad". 
De schrijver kaart o.a. aan "of Sijbrands niet wat calvinistisch is?", maar daar kan
de voormalige wereldkampioen zich niet in vinden. 

Het boek waar de hele damwereld zo reikhalzend naar uitkijkt, is de autobiografie
van Sijbrands zelf. 
Persoonlijk hoopte ik op een batterij aan boeken, vanaf het prille begin van
Sijbrands' carrière tot anno hodie. 
Dat gaat er niet komen(!); de autobiografie wel, maar Sijbrands geeft in het
boek van De Wolf aan dat hij het aantal partijen voor zijn (ongetwijfeld) 
magnus opus heeft teruggeschroefd van het oorspronkelijk aantal van 2.850 naar
300. 
Zonde; en ook de daaropvolgende regel: "Twee weken geleden heb ik een selectie
gemaakt van 150. Het moet uiteindelijk wel een keer af zijn natuurlijk" stemt mij 
bepaald niet vrolijk. 

Het boek Dammers - een slow movement maakt mij juist wel blij; het boek kunt 
u bestellen via email: loup1978@hotmail.com (Martin de Wolf). 

donderdag 4 januari 2018

Moet u weten...

Door Tjalling van den Bosch

Het is bekend dat de epistels op dit blog niet alleen door dammers 
worden gelezen; toch richten we ons nu tot hen (de dammers). 
Traditioneel is de maand januari (in Friesland) elke zaterdag bezet; 
natuurlijk met de Nationale Clubcompetitie (op 6 en 20 januari) en 
op de 'andere' zaterdagen staan traditiegetrouw de volgende 
twee prachtige toernooien op het programma: 

13 januari: Sibbele Reekers damtoernooi te Woudsend. 
Opgeven bij Jan Kramer (Janenrixt12@gmail.com) of bij 
Onno Reekers (o.reekers@ziggo.nl). 
Aanvang: 10.00 uur (3 partijen - speelduur: 50 minuten p.p.p.p.). 

27 januari: Hepie Koelstra-rapid-damtoernooi te Twijzelerheide. 
(U weet wel, het toernooi waardoor u miljonair kunt worden!!).
Opgeven bij Hans van Dijk (jw.vandijk@knid.nl). 
Aanvang 10.00 uur (7 ronden - speelduur 25 minuten p.p.p.p.). 

Beide toernooien hebben de laatste jaren te maken met een
neerwaartse spiraal wat betreft het aantal deelnemers; het zou 
zonde zijn als dergelijke fantastische toernooien (met een zeer
lange historie) zouden verdwijnen! 
Dus geef u z.s.m. op; u bent in ieder geval op de hoogte. 

Drie tegen één . . . 

Doorspelen in een 'drie om één' (remisestand) is voor velen zo denigrerend, 
dat men (de speler met 'één') zich daar soms vreselijk over opwindt. 
Het vergalt hun plezier, terwijl er eigenlijk niets onreglementairs gebeurt! 
Gelukkig is er in de regelementen iets vast gelegd, waardoor men niet
eindeloos kan doorspelen. 
Sowieso staat er in het reglement: 'de vijfentwintig-zetten-regel'; "vijfentwintig 
opeenvolgende zetten alleen met dammen, zonder te hebben geslagen, is
remise". 
Deze regel is niet bij veel dammers bekend, terwijl de 'zestien-zetten-regel'
in een 'drie-om-één' wel bekend, maar het daarbij de vraag is of men wel
precies weet hoe dat zit?!?  

Laten we eens uitgaan van de volgende stand: 

Wit is aan zet en de stand is remise; zwart wil echter doorspelen!
Dus begint wit met 34-29; het duurt zes zetten voordat wit op dam komt envoordat zwart al zijn schijven tot dam heeft gekroond, zijn de zestien zetten al zo'n beetje gehaald en kan wit dus de puntendeling claimen, maar . . . ., dat is echter niet volgens de regels!
De 'zestien-zetten-regel' gaat pas in op het moment dat beide spelers een dam hebben(!), dus vanuit het bovenstaande situatie duurt het nog minimaal zes wederzijdse zetten, voordat 'de-zestien-zetten-regel' ingaat!

Inderdaad is het zo, dat de stand van bovenstaand diagram potremise is; zoals goede dammers weten, moet zwart wel de lange lijn (bilnaad) bezetten en wit
kan dan (in dit specifieke geval) de overige schijven dusdanig dwarsbomen, zodat
zwart niet in staat is om zijn andere schijven tot dam te kronen, zonder de
hoofdlijn te verlaten. 
Maar daar gaat het in dit geval niet om; het feit dat velen niet precies op de hoogte
zijn van de regelementen, that's the issue!
De 'zestien-zetten-regel' gaat pas in, nadat beide spelers minimaal één dam hebben(!)dáár gaat het over. Dat is iets dat: Moet u weten . . .

Nog een voorbeeld van de 'zestien-zetten-regel', maar dan voor de gevorderden(!):

Soms is het niet noodzakelijk dat alle schijven van de meerderheidspartij ook daadwerkelijk 
tot dam worden gekroond (een * -sterretje- achter de zwarte zetten betekent dat deze zet
verplicht is): 

1.   40-44   11-16  2.  44-49   16-11  3.  45-34   11-16*  4.  49-35    16-02*  5.  34-39   02-07*  6.  50-45   07-02*  7.  35-49    02-16*  8.  45-40  16-07*  9.  39-34   07-11* (op 7-16 volgt 49-44 +)
10.  34-01   11-02*   11.  40-34   02-16* 12.  34-29  16-02*  13. 49-35  02-11* 

Nu is er een cruciaal moment aangebroken; wit kan nu winnen door 01-07 en 29-24, 15 en een halve zet; geheel volgens de regels! Maar . . ., wit ziet de andere winst! 

14  35-44   11x50 
15  01-06   50-45 
16  06-01   45x23 en remise!! het slaan van de dam op 23 is de zeventiende zet!
Absurd natuurlijk, maar de scheidsrechter is gebonden aan de reglementen en
dient in deze situatie de remise uit te spreken!!  

Zo nauw luistert het dus; het is zeer twijfelachtig of een ieder op de hoogte is (was) vandit alles! 

Salou 2018 . . . 

Dan nog even iets anders; Nederlandse dammers die mee willen doen aan het 
(open) toernooi in Salou (van zondag 20 t.e.m. maandag 28 mei) kunnen zich 
maar het beste zo spoedig mogelijk opgeven. 
U moet weten, dat het aantal beschikbare plaatsen voor Nederlandse dammers 
op (ongeveer) 75 is gesteld. 
Het maximaal aantal deelnemers aan het toernooi aan de Spaanse Gouden Kust 
(Costa Dorada in het Spaans; voor de zekerheid, in het Catalaans: Costa Daurada)
is inderdaad nog steeds 150, maar de organisatie stelt ook 75 deelnemers uit het 
buitenland in staat om mee te doen. 
De buitenlandse dammers hebben vaak wat meer tijd nodig (voordat ze definitief kunnen zeggen of ze meedoen) vanwege visum-perikelen en eventuele toestemming van hun nationale dambond.
Dat is de reden dat zij nog niet op de deelnemerslijst staan, maar er is dus wel plaats voor hen gereserveerd! 
Zo, nu bent u weer op de hoogte: Kennis (iets weten) geeft macht; kennissen hebben (op de juiste plaats) is vaak machtiger, maar dat is weer een heel ander chapiter! 






donderdag 28 december 2017

Rijp voor...

Door Tjalling van den Bosch

Het jaar 2017 is bijna afgeleefd: 'rijp voor de slacht', lang leve 2018!
Volgende week donderdagavond (4-1-2018) is er het traditionele 
snel-dam-gala van DamClub Huizum. 
Het zal even wennen zijn, maar dit jaar (voor het eerst in ruim 70 jaar) 
niet meer in de zo vertrouwde Zalen Tivoli, maar in dorpshuis 
Ien en Mien (Bourren 13A) te Goutum (aanwezig: 19.45 uur). 
Deelname staat open voor iedereen; opgeven via: sanagel@planet.nl 

2017 . . . 

Maar goed, wat was 2017 voor dam-jaar?
De gevolgen van de match om de wereldtitel tussen Boomstra en Groenendijk 
zorgde er eind 2016 voor, dat de edele damsport een tijdje positief 'in beeld'
stond.
De diverse media sprongen er toentertijd goed op in en wij (dammers) konden
ongelovigen (niet-dammers) verbaal duidelijk maken dat de damsport best wel 
leuk was. 
Helaas ebde de aandacht ook weer snel weg. 
Gelukkig was er dit jaar een prachtig Nederlands Kampioenschap Algemeen 
(op Urk), maar in die tijd waren er ook andere grote sportevenementen die 
de meeste aandacht van het journaille opslokte. 

Het Wereldkampioenschap Algemeen 2017 (Tallinn) was eigenlijk een absurd 
treffen, waarin niet de gehele internationale elite (GMI's) elkaar trof! 
Toppers, zoals Boomstra en Groenendijk, sneuvelden reeds in de voorrondes en
juist voormalige wereldkampioenen als Shvartsman en Valneris, die niet mee 
mochten doen aan het WK 2015 (Emmen), eisten een plek op het podium op 
(wat heet? Shvartsman werd zelfs de nieuwe wereldkampioen!).  
Mensen die graag ter plaatse (in Tallinn) het WK 2017 wilden volgen, kregen 
te maken met 'de koude kant' van de Estse organisatoren en toezichthouder 
(en dus mede verantwoordelijk) de internationale dambond (F.M.J.D.). 
Mede door het pittige speelschema (slechts 1 rustdag en vaak twee partijen op 
1 dag!) waren er helaas veel salonremises; daar valt niets aan te doen (geef de 
grootmeesters eens ongelijk), wat voor regeltjes men ook bedenkt! 
Kortom, het WK Algemeen 2017, werd geen voorbeeld van wat het dammen zo 
mooi maakt; publicitair was het geen succes (misschien maar goed ook!).

Het WK 2017 voor vrouwen werd tegelijkertijd met het WK Algemeen (ook in Tallinn) afgewerkt; zij werkten wel een normaal toernooi (Round Robin) af, met de nodige rustdagen!). 
De Nederlandse vrouwen deden het lange tijd goed, maar ze moesten de titel laten aan de voor Letland uitkomende Zoja Golubeva, die blijkbaar nieuwe inspiratie had gevonden, nadat ze eerder te kennen had gegeven een match om de wereldtitel (in 2016 - tegen de Poolse Sadowska) aan zich voorbij te laten gaan!  Vreemd was natuurlijk dat topspeelsters als Nogovitsyna en Motrichko niet meededen  (niet volgens de regels gekwalificeerd? - nou ja, dan is het goed mis met die regels! -
net als bij de heren in 2015 -). Alles bij elkaar mogen we stellen dat de twee WK's in Tallinn geen geweldige promotie hebben opgeleverd voor de door ons zo gekoesterde damsport. 

Het IMSA-toernooi in China heeft het in zich om een prestigieus toernooi te worden, maar gezien de manier waarop men zich hiervoor kan plaatsen (Open toernooien met zogenaamde sterren) is het eigenlijk ook weer te gekunsteld. Via toernooien met een normaal speeltempo kwalificeert men zich, maar het toernooi in China kent alleen maar partijen met een versneld tempo! Door dat 'snelle dammen' (rapid, blitz en super-blitz) zijn de partijen vaak niet om aan te gluren (uitzonderingen daargelaten) en ook omdat er geen Nederlandse afvaardiging was, ging ook dit evenement (zeker in ons land) uit als een nachtkaars, jammer! Nee, ondanks het goede gesternte is 2017 voor de promotie van de damsport geen succes geworden. 

2018 . . . 

Wat heeft het nieuwe jaar voor het dammen in petto?
Ten eerste staat er een match om de wereldtitel op de rol tussen (de 'oude' 
wereldkampioen) Boomstra en (de huidige titeldrager) Shvartsman. 
Er is nog geen informatie over deze tweekamp naar buiten gekomen, anders dan
dat de match voor 1/3 in Rusland wordt gehouden en voor 2/3 in Nederland (volgens de site van de internationale dambond).  

Het NK voor vrouwen staat van 19 tot en met 24 maart op het programma (naar we
aannemen in het Zeeuwse Zoutelande) en het NK Algemeen is toegewezen aan 
Harlingen (Friesland - van 4 tot en met 14 april -). 

Voor de dam-liefhebbers is er in 2018 natuurlijk weer keus te over; de traditionele zomertoernooien staan vrijwel allemaal weer op het programma en er wordt een (waarschijnlijk prachtig) nieuw hoofdstuk aan toegevoegd! 
Onder auspiciën van Stichting Aanzet wordt van 18 tot en met 24 juni het Flevoland Open te Ens georganiseerd; het toernooi wordt direct met maar liefst drie sterren gedoteerd (door de F.M.J.D.)!! 
Eerdere evenementen van Stichting Aanzet hadden altijd een bepaalde charme en 
grandeur; we zijn benieuwd (adel verplicht!). 
Hopelijk wordt 2018 wel een fantastich dam-jaar. 

Ook namens uw blogmanager, wenst uw penneleur u in ieder geval een:  
                                               Gelukkig nieuwjaar  . . ..

donderdag 21 december 2017

Dammende kunstschilder

Door Rein van der Pal

In het begin van de jaren ’70 bezocht ik de jeugdafdeling van de damclub in Oranjewoud. Dit dorp met haar koninklijke bos ligt ten oosten van Heerenveen en bestaat uit een verzameling voormalige landgoederen met lanen, parken met royale eiken en beuken en een handjevol overgebleven landhuizen. De naam is te danken aan het verblijf van Albertine Agnes, prinses van Oranje en weduwe van de Friese stadhouder Willem Frederik. Ze stichtte er in 1676 een zomerverblijf.
Iedere maandagmiddag kon je tussen half vijf en half zes terecht op de damclub in café Oord. De contributie bedroeg 0,25 cent per keer, wat later is verhoogd naar 50 cent. Jeugdleider Durk Wisman hield de financiële administratie bij op de achterkant van een sigarendoos en stelde de paring vast. Op voorgedrukte kleine witte briefjes was te lezen wie tegen wie moest. Voordat iedereen goed en wel was ingedeeld, hadden de eersten hun partij alweer beëindigd en moest er een nieuwe paring tot stand worden gebracht.
De broers Koos en Leo van Althuis waren ook lid van de jeugdclub. Ze vertelden wel eens over hun vader, Willem van Althuis, die een (bekende) kunstschilder was. Mij interesseerden die verhalen nauwelijks, ik kwam om te dammen…
Monografie

Nu, ruim veertig  jaar later, is er over de vader van mijn toenmalige clubgenoten een prachtige monografie verschenen met de titel Willem van Althuis – Achter de horizon. Susanne van den Berg vertelt het levensverhaal van de op Hatzum bij Dronrijp geboren boerenzoon. Door de talrijke illustraties zien we ook de ontwikkeling die schilder doormaakt. Waarschijnlijk zou ik aan dit boek geen aandacht hebben besteed, wanneer Van Althuis niet had gedamd. Op bladzijde 11 lezen we:
"Zo speelde hij niet onverdienstelijk op de accordeon, hield hij van schaatsen en voetballen en was hij lid van de plaatselijke damvereniging". (Dronrijp)
En iets verder op bladzijde 16 staat: 
"In de zomer maakte je lange dagen en verdiende je goed, 's winters was ik werkloos en actief in de damclub. Ik heb met dammen verschillende prijzen gewonnen". 
In een voetnoot wordt vermeld dat die prijzen werden gewonnen met het Fries dammen, maar een kniesoor die daarover valt. 

Van figuratief naar abstract

Pas rond zijn veertigste levensjaar begon Van Althuis serieus te schilderen. Aanvankelijk kende hij veel teleurstelling door-naar eigen zeggen- een gebrek aan techniek. Ook was hij nooit tevreden over zijn werk. In zijn eerste schilderijen werden mensfiguren gereduceerd tot silhouetten, maar als snel zou hij de menselijke aanwezigheid volledig uit zijn doeken verbannen. Ditzelfde gold voor de wolken, weg ermee. Geleidelijk maakte hij de overstap van figuratief naar abstract.
Kleur, licht en ruimte werden de hoofdthema’s van zijn werk. Hij zocht naar de essentie van de dingen en liet steeds meer weg. Alles moest zo simpel mogelijk worden weergegeven om stemming en sfeer te creëren. Van Althuis werkte veel vanuit het grijs. Het mengen van kleuren om het juiste palet samen te stellen kostte soms wel twee dagen. Kleurovergang is in het werk van Willem van Althuis zo geleidelijk, dat deze bijna niet waarneembaar is.
Tom Mercuur, de vroegere directeur/conservator van museum Belvedère, heeft het werk van Van Althuis vanaf het begin gepromoot. Met zijn scherpe oog voor kunst, was hij ook de eerste die twee schilderijtjes kocht. Onlangs bracht Museum Belvedère voor de tweede maal in haar bestaan een overzichtstentoonstelling van de in 2005 overleden kunstenaar, die woonde op een steenworp afstand van het museum.
Compleet werk

Susanne van den Berg heeft de (dammende) kunstenaar nooit in levende lijve ontmoet. Wel heeft ze alle mogelijke bronnen, waaronder vrouw en kinderen van de schilder, geraadpleegd voor het schrijven van dit boek. Dit heeft geresulteerd in een compleet werk, waarvan het lezen en het bekijken van de schilderijen een groot vermaak is. Achter in het boek zit een DVD met drie televisiedocumentaires over Van Althuis. In de eerste documentaire (1976) zien we een verlegen en weinig spraakzame man, die aarzelend zijn werk laat zien. In de documentaire van 1996 drukt de schilder zich in het Fries uit. Hij heeft zichtbaar meer uitstraling en zelfvertrouwen, al blijft hij bescheiden tot op het bot.
De opgave is opnieuw van A. Kowrizjkin. 
Hij wordt opgedragen aan Koos en Leo van Althuis.
Wit begint en wint.

Oplossing probleem van vorige week:
1.47-41 36x47    5.28-22 17x28
2.36-31 47x18    6.26x10 15x04
3.40-34 29x49    7.33x13  27x09
4.38-33 49x27    8.25x03!!