donderdag 22 juni 2017

Iser Koeperman

Door Rein van der Pal


Wordt een schrijver na zijn dood nog wel gelezen en wat blijft er uiteindelijk van hem over? Als we de grote volksschrijver Gerard Reve mogen geloven niet veel. Volgens hem wordt een schrijver na zijn heengaan op scholen nog tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan wordt er een straat naar hem genoemd en daarna is hij helemaal vergeten.
Hoe zou dat met een wereldkampioen dammen gaan. Weet de aanstormende jeugd nog wie Iser Koeperman was. Worden zijn mooiste partijen nog bekeken en zijn boeken nog gelezen? Of is het in de huidige snelle Netflix maatschappij allemaal vergane glorie.

De Reus uit Kiev

Iser Koeperman (1922-2006) werd geboren in de Oekraïense hoofdstad Kiev en emigreerde in 1977 met zijn twee dochters naar de Verenigde Staten (Boston). Zijn (eerste) vrouw was toen al overleden.
Over het aantal behaalde wereldtitels bestaat enige onduidelijkheid. 'De Reus uit Kiev' won in ieder geval vijf matches om de wereldtitel:

 1. Den Haag  1958     M. Deslauriers - I. Koeperman       18-22
 2. Moskou     1959      I. Koeperman - G. van Dijk          27-13
 3. Moskou     1961     W. Sjtsjogojev - I. Koeperman      18-22
 4. Tibilisi       1965     W. Sjtsjogolev - I. Koeperman      14-26
 5. Tiblisi        1967      I. Koeperman  - A. Andreiko       22-18

           
Wie deze cijfers goed op zich in laat werken ontkomt er niet aan even met de ogen te knipperen. Zijn tegenstanders hadden allen hun sporen verdiend. Vjatsjeslav Sjtsjogoljev had al twee wereldtitels achter zijn naam staan en werd door Ton Sijbrands als de grootste strateeg van de eerste helft van de jaren zestig beschouwd. Voor de 'Tovenaar uit Riga' (Andreiko) was het behalen van de wereldtitel slechts kwestie van tijd.

En dan zijn er nog twee papieren wereldtitels. In 1963 ging de match tegen Baba Sy niet door. Vanwege visumproblemen kon de Senegalese grootmeester de Sovjet Unie niet inkomen, waarop Koeperman tot wereldkampioen werd uitgeroepen. In 1974 had Koeperman tot veler verrassing het kandidatentoernooi in Tbilisi gewonnen. Hij bleef Harm Wiersma  en Anatoli Gantwarg op SB-punten voor. Aan zijn overwinning op Andris Andreiko in de laatste ronde zat evenwel een luchtje, geruchten over combine staken de kop op. Voor regerend wereldkampioen Ton Sijbrands was dat de reden om van de match tegen Koeperman af te zien. Misschien dat ook de negatieve publiciteit rondom de match tegen Andreiko in 1973 een rol heeft gespeeld.

Iser Koeperman in 1976
Opnieuw kreeg Koeperman een wereldtitel in de schoot geworpen en toen stond de teller plotseling op zeven.

Veelzijdig

Iser Koeperman was niet alleen een groot dammer, hij gaf ook lezingen, trainingen, demonstraties, was secondant van Andreiko en fungeerde vaak als delegatieleider van de dammers uit de Sovjet-Unie. Ook heeft hij meer dan 40 boeken gepubliceerd. Het door Frits Luteijn vertaalde De eerste stap op weg naar het wereldkampioenschap en Damgeheim Staatsgeheim zijn daarvan ongetwijfeld de bekendste. Dat laatste boek heb ik met veel plezier minstens twee keer gelezen, al schijnt de auteur hierin wel op een persoonlijk gekleurde manier naar de werkelijkheid te kijken...
Eén van de mooiste passages staat op de laatste bladzijde:

Zo won ik dus op 54-jarige leeftijd voor de derde keer het kandidatentoernooi. Het was alsof ik aan een tweede jeugd was begonnen. Maar daar in het westen, wachtte, op het hoogtepunt van zijn roem en creativiteit, omhangen met legendarische successen, de meest populaire dammer ter wereld op me: Tonny Sijbrands, mijn allergevaarlijkste tegenstander”.

Het is maar goed dat die tweekamp er nooit is gekomen. Het leeftijdsverschil tussen Sijbrands en Koeperman bedroeg bijna 28 jaar en in 1974 was Koeperman over zijn top heen.

A. Andreiko -I. Koeperman 
Kandidatentoernooi 1974

Andreiko heeft als laatste zet 26.42-38? gespeeld. Er volgde een eenvoudige, maar verrassende combinatie: 26…27-31  27.36x07 18-22  28.29x27 08-12 29.07x18 13x44  30.43-39 44x33 31.49-43 14-20  32.43-39 33x44  33.40x49 20-25 en zwart zette het positievoordeel in winst om. 
Volgens Koeperman had Andreiko voor deze partij gedronken en haalde hij niet zijn gebruikelijke niveau...




Mijn generatie dammers is opgegroeid met de tot de verbeelding sprekende successen van Ton Sijbrands en Harm Wiersma. Gelukkig heb ik nog net genoeg meegekregen van Iser Koeperman om te zien wat een geweldige speler hij was en te beseffen dat hij van grote waarde is geweest voor de ontwikkeling van de damsport.

Wordt vervolgd.







donderdag 15 juni 2017

Utrecht...

Door Tjalling van den Bosch

Gisteren (zaterdag 10 mei 2017) vond in Nationaal Denksportcentrum 
Den Hommel te Utrecht het Nederlands Kampioenschap Sneldammen 
plaats. 
'Alle categorieën' moet er eigenlijk aan toe worden gevoegd, want vanaf 
de allerjongsten (welpen) tot de absolute (Nederlandse) senioren-top 
streden om de nationale titels. 
Daar waar de emoties voor een belangrijke dampartij met gewone bedenktijd 
al om voorrang strijden, is dat tijdens zo'n 'snelle' dampartij helemaal een
pandemonium van gemoedsbewegingen. 

De speelzaal leek wel speciaal gebouwd te zijn voor een sneldam-toernooi; 
het is aangelegd in een soort U-vorm, waardoor de jeugd (zittend in de ene 
poot van de U) geen last heeft van de senioren (allemaal aan de andere kant 
van de ruim bemeten zaal). 
Melvin Koullen uit Limburg ging bij de welpen aan de haal met de nationale 
titel; zijn concurrenten moesten hier en daar een traantje wegpinken. 
Zo hoort het ook (traantjes wegpinken), succesvolle topsporters hebben één 
ding gemeen; ze dromen van succes, vaak heel mooie, maar op dat moment 
vaak ook zeer onrealistische dromen!  
Ik heb het al vaker geschreven, topsport en realisme zijn geen vrienden.
Maar goed, de verstoorde dromen trekken vaak aan de waterlanders en bij de 
jongste strijders op de 100 velden vloeien ze dan gemakkelijker, dan bij de 
wat meer geroutineerden (zij die de schijn wat beter ophouden!). 
Die tranen vind ik eigenlijk mooi, want het geeft ook iets bloot van het (goede) 
karakter van betreffende spelers of speelsters. 

Vrouwen . . . 

Halverwege de zaal (onderkant van de U) zaten de vrouwen; ook daar was de 
strijd hevig. 
Hier waren de emoties op het eerste gezicht aardig onder controle, maar dat 
was slechts schijn; prachtig om te volgen. 
Enkelen schoten in de finale uit de startblokken, anderen konden reeds na een
paar ronden de nationale titel vaarwel kussen. 
Je zag bij sommige deelneemsters halverwege de finale een bepaalde kanteling
van emoties; de één begon erg in zichzelf gekeerd, maar werd gedurende het 
toernooi steeds expressiever, terwijl een ander juist de omgekeerde route aflegde.
Eén van de favorieten begon heel slecht (1 punt uit 2 wedstrijden), om vervolgens
de schroom van zich af te werpen en alle andere (5) partijen te winnen. 
Nederlands Kampioen bij de vrouwen werd Olga Kamychleeva (moeder van de 
welpenkampioen!); bij haar stokte het halverwege het toernooi even (tweemaal
remise), maar uiteindelijk won ze verder al haar partijen. 

Mannen . . . 

Bij de mannen was het 's morgens tijdens de voorronde reeds 'bal'; Nationaal
Kampioen (in het min of meer normale speeltempo) Martijn van IJzendoorn, 
alsmede wereldkampioen Roel Boomstra hadden grote moeite om zich te 
plaatsen voor de A-finale! 
In de laatste partij van de voorronde moesten ze nog flink aan de bak; Boomstra
plaatste zich uiteindelijk wel, Van IJzendoorn, die superieur was tijdens het
NK op Urk, niet!! 
Onze nationaal kampioen kwam dus niet verder dan de tweede finalegroep, 
die hij vervolgens met overmacht won (dat dan weer wel). 
De wereldkampioen was uiteindelijk oppermachtig in de A-finale, door 5 van 
de 7 partijen te winnen (en de andere 2 remise te spelen) werd hij Nationaal
Kampioen Sneldammen 2017 met 12 wedstrijdpunten. 
Zijn grootste concurrent was Alexander Baliakin; hij moest halverwege de finale
tweemaal remise toestaan en doordat de beslissende partij in de laatste ronde
(tegen Boomstra) ook in een puntendeling eindigde, kwam Baliakin niet verder
dan 11 punten (wel goed voor 'het zilver'). 
Op basis van winst in de onderlinge partij werd Hein Meijer derde, vlak voor
Wouter Sipma.

Ook bij de mannen zijn de emoties hevig aanwezig, alhoewel je daarvoor een 
geoefend oog moet hebben. 
Je moet vooral niet te veel kijken naar 'wat er op het bord gebeurt'; even een
voorbeeld. 
In de eerste ronde (van de A-finale) nam Baliakin het op tegen (de verrassende
finalist) Rick Hakvoort; Baliakin liet een door Hakvoort met veel liefde omarmde
opening op het bord toe (Keller met vroege uitruil). 
Hakvoort liet de zetten snel uit zijn vingers vloeien; zijn voeten trilden dat het
een lieve lust was. 
Na een zet of 30 had Hakvoort bijna 6 minuten 'op de klok', terwijl het digitale
uurwerk minder dan 4 minuten voor Baliakin aangaf! 
Schrijver dezes had meteen in de gaten dat Baliakin dit niet zonder reden toeliet
(Baliakin is een professional, die heel goed weet waar hij mee bezig is!). 
Plotseling, als door een adder gebeten, stopte het getril onder de tafel (bij Hakvoort)
en toen was een blik op het bord voldoende; Hakvoort zat in de problemen.
Rick moest 'de punten laten', natuurlijk knokte hij nog wel even door, maar 
was verder kansloos (en de voeten rustig). 
Na afloop probeerde de verslagene met een (zenuwachtig) lachje de schijn op te
houden en op die manier de emoties een uitweg te bieden. 

Mooi 2017 . . . 

Het was voor schrijver dezes een genoeglijk dagje Utrecht; voor meer uitslagen kunt
u terecht op de KNDB-site (en waarschijnlijk ook wel op andere sites, zoals Toernooibase
Dammen). 

Op de weg naar huis realiseerde uw penneleur zich, dat wij dammers toch wel een

mooi laatste half jaar hebben meegemaakt. 

In december van het afgelopen jaar was daar de WK-match met al zijn publiciteit en

daarna waren er zeer veel mooie damhappenings, zoals de diverse NK's (bij voorbeeld

bij de vrouwen in Zoutelande en Het NK Algemeen op Urk, maar ook in de andere 

categorieën) en de vele meerdaagse- en eendagstoernooien, alsook het dammen in de

Friese variant te Franeker. 

En voor de topspelers natuurlijk de diverse internationale kampioenschappen, alsmede

de grote 'open' toernooien all over the world (and more to come - deze week bijvoorbeeld 

in Praag, Tsjechië). 

Kortom. stuk voor stuk prachtige damevenementen; 2017 is voorlopig een fantastisch dam-jaar! 

donderdag 8 juni 2017

Ins en outs...

Door Tjalling van den Bosch

De eerste damtoernooien van deze zomer (2017) zijn al weer 
achter de rug. 
Het toernooi in Thailand werd gewonnen door de Senegalese 
grootmeester Macodou Ndiaye, op een punt gevolgd door de 
Nederlandse meester Michiel Kroesbergen. 
Het toernooi in (Cap) Salou werd dit jaar wederom een prooi 
voor de Rus Alexander Georgiev met een punt voorsprong op 
een vijftal, van wie zijn landgenoot (en meester) Ivan Trofimov 
de hoogste tegenstanders-rating had en daardoor 'the best of 
the rest'  was. 

Cijfers zeggen niet alles . . . 

Johan Cruijff merkte ooit op dat details (op topniveau) het verschil 
maken; in ieder geval veel meer dan de 'koude' eindrangschikking. 
Over de ins and outs (details) van het toernooi in Thailand kan ik 
niets vertellen, domweg omdat ik er niet bij was. 
Over het toernooi in Spanje des te meer. 
De winnaar van Salou Open 2017 (Georgiev) was deze keer vanaf 
acquit slagvaardig; in tegenstelling tot de editie van vorig jaar, welke 
hij overigens ook won. 
Zo nu en dan stond de kleine tsaar een puntendeling toe, maar tot 
driemaal toe liet hij ook een grootmeester (Presman, Domchev, Sipma) 
in het stof bijten. 

Het was opmerkelijk dat er enorm gestreden werd in de partijen; zeker 
op grootmeesterniveau waren er nauwelijks salonremises te bespeuren.    
In de voorlaatste ronde echter stuurde Georgiev in zijn partij tegen 
Martijn van IJzendoorn weldegelijk aan op een snelle deling der punten; 
de Rus verbruikte nauwelijks een uur bedenktijd toen zijn tegenstander 
zijn remise-voorstel accepteerde. 
In de laatste ronde moest de winnaar het opnemen tegen voormalig 
(meervoudig) wereldkampioen Anatoli Gantwarg. 
Confrontaties tussen beide zijn vaak meer dan onderhoudend te noemen, 
met als bijzonder aspect dat Georgiev vaak aan het langste eind trok!
Wanneer u de partij Georgiev-Gantvarg naspeelt ziet u echter dat het 
(al ruilend) tot een zeer snelle puntendeling kwam; totaal geen strijd, waar 
de twee grootmeesters een patent op hebben. 
Even voor de insiders; tijdens het toernooi in Spanje geldt dat je ook een 
remise mag overeenkomen wanneer er wederzijds minder dan 11 schijven 
op het bord staan! 

De snelle puntendeling tussen Gantvarg en Georgiev had een tweetal 
redenen. 
Alexander vond het wel best, want door de remise zou hij onbereikbaar 
worden voor de achtervolgers (en dus winnaar van Salou Open 2017). 
Voor de in Duitsland wonende Wit-rus (Gantvarg) was er een heel andere 
reden dat hij een zware confrontatie uit de weg ging. 
De avond voor de laatste ronde werd Anatoli getroffen door hevige 
pijnscheuten, veroorzaakt door urineretentie. 
Uiteindelijk werd besloten om Gantvarg naar het ziekenhuis te brengen 
in het naburige Tarragona; hier werd al snel duidelijk dat het om een 
serieus probleem ging. 
De ergste pijn werd verholpen door het aanbrengen van een stoma en 
na nog wat onderzoeken mocht Gantvarg 's nachts om half drie weer naar 
het hotel, in de wetenschap dat hij thuis (in Duitsland) geopereerd moet 
worden. 
U zult begrijpen dat de Wit-rus de volgende dag tegen Georgiev ook niet 
op een 'zware' partij zat te wachten, vandaar de snelle puntendeling. 

Record-deelname . . . 

Salou Open 2017 kende een record-deelname (144), tel daarbij op 
evenzovele 'meekomers' en u zult begrijpen dat er tijdens de elf-daagse 
(inclusief twee reisdagen) aan de Costa Dorado wel meer ongemakken 
plaatsvonden. 
Op 280 gasten mag je uitgaan van een percentage ongemakken. 

De oude rot in het (dam-)vak grootmeester Laimonis Zalitis werd ook 
getroffen door rampspoed. 
Na vijf ronden volgde hij de leiders van dat moment op één punt. 
Een paar uur voor zijn partij tegen Roel Boomstra (zesde ronde) echter 
werd hij onwel, terwijl hij net in het zwembad lag! 
Zijn neef Gunars Zalitis had dit gelukkig direct in de gaten en samen met 
anderen werd Laimonis snel op de kant getrokken. 
De drenkeling was er dusdanig slecht aan toe, dat hij gereanimeerd moest 
worden, wat wonderwel snel slaagde. 
Laimonis werd per ambulance afgevoerd en verbleef enkele dagen in het 
ziekenhuis; Boomstra had in afwachting van de bevindingen in het hospitaal 
aangeboden om de partij op de rustdag in te halen. 
Toen bleek dat Laimonis het toernooi niet kon hervatten, kreeg Boomstra de 
overwinning toegekend, maar kon daar natuurlijk niet blij mee zijn. 
Gelukkig kwam Laimonis op het eind van het toernooi weer in het hotel en 
kon hij de volgende dag de thuisreis (naar Letland) aanvaarden. 

Feitjes en weetjes . . . 

Zo ziet u maar weer, beste lezers en lezeressen, dat de uitslagen vaak niet 
het hele verhaal blootleggen. 
Er zijn natuurlijk nog veel meer verhalen te vertellen over Salou Open 2017,
maar die zijn op verzoek te bekomen bij 'hullie die erbij waren' (om maar 
Cruijffiaans af te sluiten). 



donderdag 1 juni 2017

W.A. van Buren...

Door Tjalling van den Bosch 

Deze week ging mijn telefoon; "hallo"? 
"Ja, met W. A. van Buren" klonk het krakerig aan de andere kant. 
Van Buren is een schuilnaam die door de leden van de Koninklijke familie 
wordt gebruikt om incognito te blijven. 
Echter, wanneer W.A. zich bij mij op die manier aandient, dan is dat vooral 
bedoelt om mij er fijntjes op te wijzen, dat hij de Elfstedentocht heeft 
geschaatst (in 1986) en ik nog nooit! 

In ieder geval, toen de eerste vriendelijkheden waren uitgewisseld, kwam 
het hoge woord er uit. 
Hij was een tijdje geleden 50 jaar geworden en hij wilde weleens zijn licht 
opsteken bij een ervaringsdeskundige! 
Wat W. A. vooral met me wilde bespreken, was het feit dat 'het sporten' 
hem steeds moeilijker afging en hoe dat nu verder moest.
Wanneer hij zijn fysieke arbeid niet meer naar behoren uitoefent, dan 
nemen 'de kilo's' hand over hand toe, zo had hij mij al eens eerder 
toevertrouwd. 
Ik moest hem vertellen dat fysieke sporten op latere leeftijd op zich geen 
probleem hoeven te zijn, maar dat het lichaam er anders op reageert dan 
voorheen. 
Vroeger kon je met gemak twee á drie keer per week stevig aan de bak, 
maar ja, het herstel duurt naar mate je ouder wordt steeds langer. 
En wanneer een man eenmaal gesetteld is (vrouw en kinderen), dan neemt 
de, door hormonen gestuurde, drang om er een beetje sportief uit te zien 
sowieso af. 

De competitie . . .

Nou ja, het was niet eens zozeer het fysiek fit blijven, maar hij miste vooral
de competitie; lekker tegen elkaar sporten, op het scherpst van de snede, 
dat vond hij vooral zo mooi. 
Ja, dan moet je de keuze van 'je sport' veranderen, zo oreerde ik; niet meer 
van die lichamelijke arbeid, maar meer een sport waarbij je nog voluit kan 
gaan, zonder dat je lichaam daar veel van te lijden heeft! 
"Ja, maar wat voor sporten dan?" vroeg W.A. 
"Nou, bijvoorbeeld dammen" zo vervolgde ik. 
Nou ja, hij was een man van aanzien en of schaken dan niet beter was? 
Denkend aan de boost voor de damsport wanneer 'onze eerste man' zich 
zou overgeven aan het edele damspel, besloot ik 'los' te gaan! 
"Schaken is volgens de overleden schaakgrootmeester Hein Donner meer 
voor vieze oude mannetjes, die graag met poppetjes spelen" zo begon ik. 
"Dammen is veel meer voor de intelligentia; academici zeg maar". 
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn (er werd duidelijk nagedacht)
en toen kwam hij met "maar wat is de kick van het dammen?". 

Hij dacht er dus serieus over na! 
Het idee van W.A. achter het dambord gaf me een adrenalinestoot van jewelste: 
"Dan moet je natuurlijk eerst de sport een beetje leren kennen, maar wanneer je
dat eenmaal onder de knie hebt, dan kan je ook de schoonheid er van zien" wierp
ik hem toe en vervolgde mijn monoloog vol overtuiging: "Kijk, wanneer je een 
sport niet kent, dan is er ook niet zoveel aan. Ooit trainde ik een discuswerper; niet
bepaald een sport waar de meeste mensen voor uit hun bol gaan. Die schijfje-gooier 
kon echter lyrisch worden, wanneer hij over de perfecte worp sprak. 
De afworp, het moment dat de schijf via zijn wijsvinger zijn hand verliet, kon hem 
een orgastisch gevoel geven. Hij had direct in de gaten of het wel of niet een goede
worp was". 

"Dat is met het dammen ook zo; zodra je het een beetje in de smiezen krijgt is er
niets mooier. En het dammen is ook nog eens een prachtige analytische sport; niet
dat gezeur over 'bal binnenkant paal er in of er uit', maar je kunt na afloop van een
partij alles heel precies reconstrueren en analyseren". 
"Ook kan je dammen tot je er letterlijk bij neervalt, al ben je 100 jaar"!
"Je moet niet vergeten W.A., dat ons kikkerlandje toonaangevend is in het 
mondiale dammen; vrijwel het hele dagelijkse bestuur van de internationale 
dambond bestaat uit Nederlanders. En je hoeft helemaal niet eens zo goed te 
kunnen dammen om Nederlands kampioen te worden!" 
"Je kunt gewoon je eigen club oprichten en dan laat je je omringen door alleen
maar super-grootmeesters(!); wedden dat je dan in no-time kampioen van
Nederland wordt met je team". 
"Dat zou toch fantastisch zijn; W.A. van Buren Nederlands Kampioen in een denksport;
niks geen dom 200 kilometer schaatsen, of 42 kilometer hardlopen, zoals je dat ooit
in New York deed". 
"Niet dat dom mee huppelen met de menigte, maar de nummer één zijn in een sport,
waar je herseninhoud ook nog eens het belangrijkste wapen is; of niet soms?".
"Hallo . . . HALLO . . ., OPGEHANGEN! 
Een beetje geïrriteerd heb ik hem direct teruggebeld . . .; GEHEIM NUMMER!! 
Bah.  

PS. 
Het verbaast u misschien, beste lezers en lezeressen, dat ik goed bevriend ben
met zo'n vooraanstaande familie, maar dat komt eigenlijk door de moeder van 
W.A. 
Zo'n jaar of 20 geleden speelde ik eens een partij; ik had niet in de gaten dat
moeders achter me stond. 
Toen de partij echter was afgelopen, meldde zij zich met de woorden: "Als jij 
een dammer bent, dan ben ik de koningin"! 
  


donderdag 25 mei 2017

El Jefe...


Gastrubriek. 

Ik werk al jaren in het viersterren-hotel Cala Font in Cap Salou.  
Ik ben verantwoordelijk voor de bediening op het terras. 
Meestal in de maand mei verblijven hier zo'n 200 mensen, 
waarvan het merendeel meedoet aan het damtoernooi dat 
hier jaarlijks plaatsvindt. 
Ik geloof dat ik de uitstraling heb van een leidinggevende, 
want die dammers noemen mij altijd 'El Jefe' (spreek uit 
'El Geffuh'), wat in het Nederlands 'Chef' betekent. 

Ik kijk elk jaar weer uit naar het damtoernooi en dan vooral 
naar de dammers zelf. 
Niet dat ze zoveel anders zijn dan andere gasten, maar als 
ze een partij spelen, dan is het vaak lachen. 
Ze leveren dan vaak wel meer werk op; ze bestellen aan de 
bar een kop koffie en betalen met 50 euro. 
Vragen 'of ze het ook kleiner hebben' doe ik al niet meer, want 
dan kijken ze je alleen maar verbaasd aan; alsof ik iets onzedelijks 
vraag! 
Als ik me dan omdraai om het wisselgeld uit de kassa te halen, 
dan lopen ze direct weg; dan kan ik er weer achteraan. 
Dat vergeet ik ook weleens, maar dat kan ik beter niet doen, want 
ze komen er nooit meer op terug! 
Dammers zijn geduldige, probleemloze mensen, maar wanneer ze 
een partij spelen, dan zijn sommige 'heel ergens anders'. 

Ze zien er altijd 'zomers gekleed' uit; voor ons (Spanjaarden) is het dan
nog lang geen zomer, maar voor die buitenlanders wel. 
Ooit was hier een verder keurige meneer, die een mooi wit T-shirt aan had. 
Er zat op borsthoogte een bruine koffievlek; daar heb ik hem toen op 
gewezen. 
De volgende dag had hij hetzelfde T-shirt weer aan; er zat gelukkig geen 
koffievlek meer op zijn borst. 
Toen hij zich omdraaide zag ik dat deze op zijn rug zat!  
Ik heb toen maar niets meer gezegd. 

Vroeger hebben we weleens geprobeerd om de dammers in de speelzaal 
te bedienen, maar dat leverde altijd wat geroezemoes op en daar kunnen 
ze niet goed tegen. 
Zo'n scheidsrechter begint dan: "Ssssst!" te roepen en daar schrikken die 
dammers dan weer van. 
Voor het bedienend personeel was het toen wel duidelijk; niet meer aan 
beginnen! 
Die dammers irriteren zich ook mateloos aan 'hoge' geluidjes; eens per uur 
maakt de airconditioner een heel zacht controle-piepje, daar reageren ze 
dan op alsof zich een vliegtuig in de speelzaal boort! 
Dit jaar zit de speelzaal stampvol met 150 dammers; eens zien hoe rustig 
het blijft tijdens de partijen. 
Ik wens de scheidsrechter veel succes. 

Verder zijn die dammers net als andere gasten hoor; ze houden over het 
algemeen wel van een alcoholische versnapering en maken het ook vaak 
laat. 
Vroeger begon ik vaak tegen sluitingstijd met de stoelen te schuiven, wat op
het terras vrij veel geluid veroorzaakte; de bedoeling was, dat ze begrepen 
dat ze het terras moesten verlaten ('hoogste tijd'!). 
Wanneer ik nu tegen die tijd het terras opkom beginnen die dammers zelf 
met stoelen te schuiven; grapjassen zijn het dus ook! 
Ach, het is wel gezellig, want echt druk is het hier in mei nog niet.  
Ze hebben echt veel humor hoor, die dammers; vorig jaar hadden we in de 
receptie een briefje hangen met "chef-kok gezocht"; komt er zo'n dammer 
bij me en die zegt: "hebben jullie al in de keuken gekeken"? 

We hebben hier elke avond livemuziek; dammers waar je het niet van verwacht 
zie je dan stijlvol dansen, daar moet ik dan altijd om glimlachen! 


video


Nee, ik zou niet zonder die dammers kunnen; het is een prachtig gezelschap 
en ook zo gevarieerd. 
Mannen, vrouwen, kinderen, ze dammen dat het een lieve lust is; ik begrijp 
dat bijna de hele wereldtop meedoet! 
Maar ik zie ook kinderen die deze eeuw pas zijn geboren en ook mensen 
die stokoud zijn. 
Het is prachtig als bijvoorbeeld zo'n klein meisje tegen een oude man damt, 
die kinderen kijken alleen maar om zich heen, terwijl zo'n man zit te piekeren
en te peinzen alsof de wereld er vanaf hangt.  
Voor hem is dat waarschijnlijk ook zo! 

Nou ja, het toernooi van dit jaar zit er bijna al weer op; moeten we weer een
jaartje wachten.

donderdag 18 mei 2017

Onsterfelijk...

 Door Tjalling van den Bosch

Twee maanden geleden (om precies te zijn op 19 april jl.) schreef uw blogmanager een epistel op deze site met als titel: Gedenkwaardige partij.
Uw penneleur mag ook graag even bij onze vrienden 'van de andere kant' kijken; zo ook naar aanleiding van de aanhef van onze blogmanager. Wat is voor onze schaakvrienden dé gedenkwaardige partij? Daar zijn de schakers vrij resoluut over; zelfs zo unaniem, dat men het niet zoekt in een partij die 'is blijven hangen', nee, men heeft direct een partij voorhanden en noemt deze: Dé onsterfelijke partij!

U denkt nu waarschijnlijk dat het om een partij gaat van bijvoorbeeld Kasparov, Fisher, Botvinnik, (onze eigen) Max Euwe, Aljechin, Capablanca of misschien nog een andere 'bekende (schaak-)naam', maar nee, het betreft een partij uit de 19de eeuw! 
De schaakpartij tussen Adolf Anderssen en Lionel Kieseritzky uit 1851 (Londen) wordt nog steeds door veel aanbidders van Caïssa (de godin van het schaakspel)gezien als de ultieme partij; de onsterfelijke!  De witspeler (Anderssen) won de bewuste partij in 23 zetten; de mooiste ooit gespeeld volgens schaakkenners. De eindstand is bijzonder en dan vooral vanwege de materiële (on)balans! Zwart had op het moment van overgave slechts 3 pionnen verloren; wit daarentegen maar liefst 3 'zware' stukken en 2 pionnen! 
De partij werd gespeeld in het kader van de Wereldtentoonstelling (te Londen dus). De Rus Kieseritzky was zo kwaad over het partijverloop (en vooral over de uitslag!), dat hij zonder zijn tegenstander (de Duitser) Anderssen te feliciteren, boos weg beende.  

Welke . . .? 

Welke dampartij is zo belangrijk/enerverend, dat het predicaat 'onsterfelijk' er op kan worden geplakt? Bladerend door het majestueuze boek '100 jaar WK Dammen' van Jan Apeldoorn komen we natuurlijk veel partijen tegen die bepalend waren voor de einduitslag, zoals de partij tussen de Canadees Raoul Dagenais en de Zwitser Roland Forclaz (WK 1952). 
De partij is qua niveau niet bepaald een blijvertje, hoe belangrijk de uitslag (winst voor de Zwitser) ook was. Over de situatie rond deze partij hebben we het op dit blog al eerder gehad, namelijk op 1 oktober 2013 (Dammers zijn slimmer dan schakers). 

Een andere partij waarvan de uitslag zeer bepalend was voor de eindrangschikking,was de ontmoeting tussen Geert van Dijk en Reinier C. Keller, tijdens het WK van 1956. Om eindelijk eens de wereldtitel te kunnen bijschrijven op zijn palmares had Keller alles op alles gezet om het toernooi te winnen. In zijn partij tegen Van Dijk (16de ronde) ging het echter mis voor Keller; ook hier hebben we het al eens gehad - 3 februari 2016; Hét Middenspel (2) -.
Maar ook deze ontmoeting kan je toch moeilijk 'Onsterfelijk' noemen, mede omdat Keller in een remisestand de zaak probeerde te forceren, om zo zijn aanspraak op de wereldtitel levend te houden. Normaliter zou Keller ongetwijfeld in een puntendeling hebben berust, maar nu kreeg hij het deksel op de neus. 

Onbevredigend . . . 

Eigenlijk moet uw penneleur bekennen, dat het te moeilijk voor hem is om één partij aan te wijzen, die het predicaat 'Onsterfelijk' verdient. Natuurlijk hebben fenomenale dammers als Piet Roozenburg, Ton Sijbrands en Harm Wiersma (om maar eens een paar Nederlandse super-grootmeesters te noemen) fantastische partijen achter gelaten, maar welke springt er echt uit? Het is inderdaad nogal onbevredigend, maar misschien dat andere damschrijvers hun licht eens willen laten schijnen op het onderwerp. 

Liefhebbers weten het wel . . .! 

Wanneer we het echelon der grootmeesters verlaten en de vraag (welke partij is onsterfelijk?) voorleggen aan liefhebbers, dan komt het antwoord meestal onverwacht snel!!Tien tegen één betreft het dan een partij van de beste (m/v) zelf! Een voorbeeld van zo'n 'onsterfelijke partij' van een speler, die na lang zwoegen hetratingverschil van bijna 400 punten teniet kon doen: 

De beste man vertelde dat hij hier (met wit) 35-19 speelde; zijn reden: "Wanneer zwart namelijk een goede vangstelling op wil bouwen, dan moet hij vroeg of laat veld 4 verlaten en dan haal ik met schijf 15 een tweede dam"! Dat bleek echter niet helemaal te kloppen: 35-19 (9-18) 19-46 (18-1) 46-19 (4-18) . . .?Wit moet nu de 'lange lijn' (ook wel: bilnaad) verlaten, want hij mag nu natuurlijk niet het geplande 15-10 spelen! Zwart nam daarna de 'lange lijn over' en won de partij gemakkelijk. 

De stand in het bovenstaande diagram is echter weldegelijk remise, zo voegde de liefhebber er met stelligheid aan toe; dat klopt ook.Wit had eerst schijf 22 moeten verdrijven, via 35-44  (22-27*)  44-49  (27-31*) en nu  49-32! Wit moet nu nog wel even opletten, maar zwart kan niet meer winnen, omdat de lijn 26-3 'vrij' is (kennen is weten). Zodra zwart op dezelfde manier als in de partij een vangstelling probeert op te bouwen, dan kan wit (wanneer hij het goed speelt) de lijn 26-3 innemen en dan mag zwart niet met zijn dam de lange lijn innemen!
Ik denk dat u het nu wel begrijpt. Helaas mogen we deze partij om begrijpelijke redenen niet als 'Onsterfelijk' beschouwen; laten we het voorlopig maar op de partij Clerc-Van der Wal (Sao Paulo, WK 1982) houden!

Tot tegenbericht . . .!


donderdag 11 mei 2017

Veranderingen...

 Door Tjalling van den Bosch

Het zal zo rond 1980 zijn geweest dat uw penneleur de damwereld de rug toekeerde; niet zozeer omdat de edele damsport niet meer boeide, maar de ontdekking van andere (meer fysieke) sporten  slurpten alle tijd en aandacht op. Ongeveer 15 jaar later herontdekte schrijver dezes de damsport en nu, weer 20 jaar later, is het plezier 'in het dammen' (en vooral 'alles er omheen') groter dan ooit. 

Verschil . . . 

"Wat voor veranderingen vallen je dan op na 15 jaar onthouding"? Om te beginnen was dat natuurlijk 'de computer', om het geheel van de ontwikkeling op hardware-, software- en internetgebied maar even kernachtig tot één woord te reduceren.
De analyseprogramma's hebben zich tot op de dag van vandaag (mei 2017) ontwikkeld tot 'de waarheid voor de gewone dammer'.
Een dammer analyseert niet meer, maar neemt stelling, nadat de computer zijn werk heeft gedaan! Een uitgebreide analyse van een top-grootmeester heeft tegenwoordig voor de meeste damliefhebbers helaas geen pointe meer ('mijn computer zegt . . .').

Een tweede verschil is dat organisatoren van top(dam)toernooien zich uitputten in de verzekering aan 'het publiek', dat ze er alles aan hebben gedaan om dat verschrikkelijke verschijnsel, de schandvlek van de damwereld, erger dan alles wat we vroeger erg plachten te vinden, zo onmogelijk mogelijk te maken. Ik heb het natuurlijk over 'De Remise'. 

Uiteraard is deze verkettering niet helemaal nieuw; er zijn in het verleden al vaker maatregelen genomen, zoals het verbieden van een remise voor de veertigste zet. Dambonden en organisatoren putten zich uit, om alles en iedereen in het gareel te slaan, om toch vooral die dodelijke remise te voorkomen! Het lijkt wel, nee het ís, een ware heksenjacht.
Er zijn veel cosmetische (onnatuurlijke) aanpassingen gedaan, die het damspel ten goede moesten komen, zoals de 'plusjes en minnetjes', denktijdverkorting, andere puntentelling, enzovoort. Ik hoop dat de voorstanders van al die veranderingen (die zichzelf ongetwijfeld vooruitstrevend vinden) eindelijk eens gaan inzien dat het alleen maar heeft geleid tot 'achteruitgang'!

Ondergrens . . . 

Voor schrijver dezes is men door de ondergrens gezakt, toen men 'het uitvluggeren' (op grootmeesterniveau) introduceerde. 'Uitvluggeren' is een manier om een einde te forceren van een partij, die veel tijd nodig heeft en maakt het mogelijk om zo'n partij niet op beter inzicht of stellingsvoordeel, maar op een handiger omgaan met de bedenktijd, te winnen. Riep het (uitvluggeren) in eerste instantie nog een zekere gêne op bij damgrootmeesters en werd het daarom nog niet al te serieus genomen, tegenwoordig moet men het beheersen. Je moet als serieuze topgrootmeester in staat zijn om zowel links- als rechtshandig te spelen(!) en snel zetten doen (dan maar zonder de gevolgen te overzien!); zaken die een zichzelf respecterende denksport eigenlijk niet zou moeten willen!  
De uitvluggerfase is geëvolueerd van een spijtig bijverschijnsel tot het belangrijkste wat een partij tussen twee topdamgrootmeesters het publiek tegenwoordig te bieden heeft: spanning en sensatie. Emotie dus en daarmee is alles duidelijk; instant-emotie. Sinds de invoering van reality tv, is het tegenwoordig alom geaccepteerd. Mijn hersenen kunnen er echter maar niet aan wennen; de overdreven emotie-tv laat ik aan me voorbij gaan en met (nog steeds) vreemde verbazing aanschouw ik wat er tegenwoordig allemaal normaal wordt gevonden in het dammen der Grand Maîtres!! 

Damgrootmeesters (als ook de damliefhebbers) willen echt nog wel zelfstandig nadenken (daarom hebben ze toch voor een denksport als hobby gekozen, dunkt me) en zeker wanneer men een partij speelt, is de noodzaak daartoe onverminderd aanwezig. Het meedenken als toeschouwer bij een topdamtoernooi, dat is iets wat geheel van karakter is veranderd.
De nieuwsgierigheid, het leermoment, het trachten te doorgronden van de denkprocessen van een topdammer, dat gaat nu allemaal via het filter van onze 'meelopende' computer en is daarmee verworden tot een onmiddellijk bevredigbare behoefte. Daarmee is ruimte ontstaan voor wat blijkbaar ook een belangrijke behoefte is, namelijk die van het meebeleven, het voelen van het lijden en de euforie,van het drama dat zich tussen die twee topdammers voltrekt. 
En dus moeten die grootmeesters gedwongen worden (door het uitvluggeren) om dat drama ook te leveren.Dus geen korte remises meer, het liefst helemaal geen remises meer(!), want daar schiet de emotiemeter van de toeschouwer niet van uit.We moeten willen(??) dat er winst en vooral verlies uitrolt, er moet drama (blunders) zijn en als dat er niet is, of niet voldoende, zijn we niet tevreden,  hoe correct en mooi de partij ook geweest is! Moeten we dat wel willen(?); er zijn mensen die ons dat willen doen geloven!

Red de remise . . . 

Er wordt ons dammers aangepraat dat 'De Remise' dodelijk zou zijn voor onze sport; dat is klinkklare onzin! Een prachtige, volledige, partij, die in een puntendeling eindigt is helemaal niet slecht voor de damsport; akkoord, een onvolledige (halverwege de partij) salon-remise, is dat wel. Zo'n 40 jaar geleden (ik weet het, ik val in herhaling) was het voetballen op topniveau niet meer om aan te gluren (catenaccio); toen greep de internationale voetbalbond in en riep de topclubs op, om het afbraakvoetbal vaarwel te zeggen en in ieder geval te zorgen voor meer strijd tussen de witte kalklijnen. Dat geschiedde en het voetbal nam een vlucht. 

Voor (waarschijnlijk meer dan) 95% van de beoefenaren is het dammen helemaal geen remisespel; angst voor verlies, dan wel onkunde, is voor damliefhebbers vaak de reden van een bloedeloze puntendeling. Voor grootmeesters geldt waarschijnlijk hetzelfde, maar daar kan ik natuurlijk (als liefhebber) niet over oordelen. Ook moet het allemaal dynamischer, omdat de jeugd dat tegenwoordig wil; kletskoek! Wanneer jeugdigen een hobby met dynamiek willen, kiezen ze echt niet voor een denksport; zij die wel voor een denksport kiezen, doen dat, omdat het voor hen helemaal niet zo dynamisch en enerverend hoeft te zijn! Ik zie jongeren van nog maar net 10 jaar oud, die meer zitvlees hebben dan veel ouderen. 
Laat het duidelijk zijn, dat het excuus van 'de jongeren willen . . .', berust op onzin! "Al die remises zijn niet te verkopen aan 'de buitenwereld'"; ook dat is lariekoek!
Dammers zijn misschien niet in staat om 'de buitenwereld' duidelijk te maken dat, wanneer een mooie partij in remise eindigt, het voor de damwereld heel bevredigend en zelfs mooi kan zijn! Ik spreek regelmatig met mensen uit die 'buitenwereld' over het dammen en nog nooit heb ik iemand ontmoet die over (te veel aan) remises begon. Ook 'het stoffig imago' van het dammen hoor ik nooit uit de mond van 'de buitenwereld'; het is iets waar dammers zelf mee op de proppen komen! Wel weet ik zeker dat, wanneer men aan de essentie van het dammen komt (denksport), dat men moet vrezen voor een afname van het aantal beoefenaars! 
Maar wanneer men de schouders onder 'het dammen' zet, door het opleiden van jeugd en ouderen(!!), zal de eeuwenoude damsport tot in lengte van dagen zal voortbestaan! De gezondheid van een sport valt en staat met het opleiden van jongeren; een sport die men op 'hoge leeftijd' nog actief kan beoefenen, doet er goed aan zich ook in te zetten voor die (volwaardige) doelgroep!

Petite histoire . . . 

Enige weken geleden kwam er een oudere man bij ons op de damclub; hij had wel interesse om te dammen. Drie weken achter elkaar werd de beste man van het bord gerausd, daarna hebben we niets meer van hem vernomen . . . (zucht).  Zo moet het dus niet!

Diverse damclubs zetten zich al jaren in voor het jeugddammen en plukken daar thans de vruchten van. Bijvoorbeeld damclubs als Het Noorden (Groningen), Den Haag,  Hoogeveen, W.S.D.V. (Wageningen) en anderen leveren goede spelers af. De damclub uit Heerenveen/Mildam richt al enige jaren haar pijlen op ouderen en komt tegenwoordig (als enige Friese club) met drie teams uit in de Nationale Clubcompetitie. Zo moet het dus wel!