donderdag 18 mei 2017

Onsterfelijk...

 Door Tjalling van den Bosch

Twee maanden geleden (om precies te zijn op 19 april jl.) schreef uw blogmanager een epistel op deze site met als titel: Gedenkwaardige partij.
Uw penneleur mag ook graag even bij onze vrienden 'van de andere kant' kijken; zo ook naar aanleiding van de aanhef van onze blogmanager. Wat is voor onze schaakvrienden dé gedenkwaardige partij? Daar zijn de schakers vrij resoluut over; zelfs zo unaniem, dat men het niet zoekt in een partij die 'is blijven hangen', nee, men heeft direct een partij voorhanden en noemt deze: Dé onsterfelijke partij!

U denkt nu waarschijnlijk dat het om een partij gaat van bijvoorbeeld Kasparov, Fisher, Botvinnik, (onze eigen) Max Euwe, Aljechin, Capablanca of misschien nog een andere 'bekende (schaak-)naam', maar nee, het betreft een partij uit de 19de eeuw! 
De schaakpartij tussen Adolf Anderssen en Lionel Kieseritzky uit 1851 (Londen) wordt nog steeds door veel aanbidders van Caïssa (de godin van het schaakspel)gezien als de ultieme partij; de onsterfelijke!  De witspeler (Anderssen) won de bewuste partij in 23 zetten; de mooiste ooit gespeeld volgens schaakkenners. De eindstand is bijzonder en dan vooral vanwege de materiële (on)balans! Zwart had op het moment van overgave slechts 3 pionnen verloren; wit daarentegen maar liefst 3 'zware' stukken en 2 pionnen! 
De partij werd gespeeld in het kader van de Wereldtentoonstelling (te Londen dus). De Rus Kieseritzky was zo kwaad over het partijverloop (en vooral over de uitslag!), dat hij zonder zijn tegenstander (de Duitser) Anderssen te feliciteren, boos weg beende.  

Welke . . .? 

Welke dampartij is zo belangrijk/enerverend, dat het predicaat 'onsterfelijk' er op kan worden geplakt? Bladerend door het majestueuze boek '100 jaar WK Dammen' van Jan Apeldoorn komen we natuurlijk veel partijen tegen die bepalend waren voor de einduitslag, zoals de partij tussen de Canadees Raoul Dagenais en de Zwitser Roland Forclaz (WK 1952). 
De partij is qua niveau niet bepaald een blijvertje, hoe belangrijk de uitslag (winst voor de Zwitser) ook was. Over de situatie rond deze partij hebben we het op dit blog al eerder gehad, namelijk op 1 oktober 2013 (Dammers zijn slimmer dan schakers). 

Een andere partij waarvan de uitslag zeer bepalend was voor de eindrangschikking,was de ontmoeting tussen Geert van Dijk en Reinier C. Keller, tijdens het WK van 1956. Om eindelijk eens de wereldtitel te kunnen bijschrijven op zijn palmares had Keller alles op alles gezet om het toernooi te winnen. In zijn partij tegen Van Dijk (16de ronde) ging het echter mis voor Keller; ook hier hebben we het al eens gehad - 3 februari 2016; Hét Middenspel (2) -.
Maar ook deze ontmoeting kan je toch moeilijk 'Onsterfelijk' noemen, mede omdat Keller in een remisestand de zaak probeerde te forceren, om zo zijn aanspraak op de wereldtitel levend te houden. Normaliter zou Keller ongetwijfeld in een puntendeling hebben berust, maar nu kreeg hij het deksel op de neus. 

Onbevredigend . . . 

Eigenlijk moet uw penneleur bekennen, dat het te moeilijk voor hem is om één partij aan te wijzen, die het predicaat 'Onsterfelijk' verdient. Natuurlijk hebben fenomenale dammers als Piet Roozenburg, Ton Sijbrands en Harm Wiersma (om maar eens een paar Nederlandse super-grootmeesters te noemen) fantastische partijen achter gelaten, maar welke springt er echt uit? Het is inderdaad nogal onbevredigend, maar misschien dat andere damschrijvers hun licht eens willen laten schijnen op het onderwerp. 

Liefhebbers weten het wel . . .! 

Wanneer we het echelon der grootmeesters verlaten en de vraag (welke partij is onsterfelijk?) voorleggen aan liefhebbers, dan komt het antwoord meestal onverwacht snel!!Tien tegen één betreft het dan een partij van de beste (m/v) zelf! Een voorbeeld van zo'n 'onsterfelijke partij' van een speler, die na lang zwoegen hetratingverschil van bijna 400 punten teniet kon doen: 

De beste man vertelde dat hij hier (met wit) 35-19 speelde; zijn reden: "Wanneer zwart namelijk een goede vangstelling op wil bouwen, dan moet hij vroeg of laat veld 4 verlaten en dan haal ik met schijf 15 een tweede dam"! Dat bleek echter niet helemaal te kloppen: 35-19 (9-18) 19-46 (18-1) 46-19 (4-18) . . .?Wit moet nu de 'lange lijn' (ook wel: bilnaad) verlaten, want hij mag nu natuurlijk niet het geplande 15-10 spelen! Zwart nam daarna de 'lange lijn over' en won de partij gemakkelijk. 

De stand in het bovenstaande diagram is echter weldegelijk remise, zo voegde de liefhebber er met stelligheid aan toe; dat klopt ook.Wit had eerst schijf 22 moeten verdrijven, via 35-44  (22-27*)  44-49  (27-31*) en nu  49-32! Wit moet nu nog wel even opletten, maar zwart kan niet meer winnen, omdat de lijn 26-3 'vrij' is (kennen is weten). Zodra zwart op dezelfde manier als in de partij een vangstelling probeert op te bouwen, dan kan wit (wanneer hij het goed speelt) de lijn 26-3 innemen en dan mag zwart niet met zijn dam de lange lijn innemen!
Ik denk dat u het nu wel begrijpt. Helaas mogen we deze partij om begrijpelijke redenen niet als 'Onsterfelijk' beschouwen; laten we het voorlopig maar op de partij Clerc-Van der Wal (Sao Paulo, WK 1982) houden!

Tot tegenbericht . . .!


donderdag 11 mei 2017

Veranderingen...

 Door Tjalling van den Bosch

Het zal zo rond 1980 zijn geweest dat uw penneleur de damwereld de rug toekeerde; niet zozeer omdat de edele damsport niet meer boeide, maar de ontdekking van andere (meer fysieke) sporten  slurpten alle tijd en aandacht op. Ongeveer 15 jaar later herontdekte schrijver dezes de damsport en nu, weer 20 jaar later, is het plezier 'in het dammen' (en vooral 'alles er omheen') groter dan ooit. 

Verschil . . . 

"Wat voor veranderingen vallen je dan op na 15 jaar onthouding"? Om te beginnen was dat natuurlijk 'de computer', om het geheel van de ontwikkeling op hardware-, software- en internetgebied maar even kernachtig tot één woord te reduceren.
De analyseprogramma's hebben zich tot op de dag van vandaag (mei 2017) ontwikkeld tot 'de waarheid voor de gewone dammer'.
Een dammer analyseert niet meer, maar neemt stelling, nadat de computer zijn werk heeft gedaan! Een uitgebreide analyse van een top-grootmeester heeft tegenwoordig voor de meeste damliefhebbers helaas geen pointe meer ('mijn computer zegt . . .').

Een tweede verschil is dat organisatoren van top(dam)toernooien zich uitputten in de verzekering aan 'het publiek', dat ze er alles aan hebben gedaan om dat verschrikkelijke verschijnsel, de schandvlek van de damwereld, erger dan alles wat we vroeger erg plachten te vinden, zo onmogelijk mogelijk te maken. Ik heb het natuurlijk over 'De Remise'. 

Uiteraard is deze verkettering niet helemaal nieuw; er zijn in het verleden al vaker maatregelen genomen, zoals het verbieden van een remise voor de veertigste zet. Dambonden en organisatoren putten zich uit, om alles en iedereen in het gareel te slaan, om toch vooral die dodelijke remise te voorkomen! Het lijkt wel, nee het ís, een ware heksenjacht.
Er zijn veel cosmetische (onnatuurlijke) aanpassingen gedaan, die het damspel ten goede moesten komen, zoals de 'plusjes en minnetjes', denktijdverkorting, andere puntentelling, enzovoort. Ik hoop dat de voorstanders van al die veranderingen (die zichzelf ongetwijfeld vooruitstrevend vinden) eindelijk eens gaan inzien dat het alleen maar heeft geleid tot 'achteruitgang'!

Ondergrens . . . 

Voor schrijver dezes is men door de ondergrens gezakt, toen men 'het uitvluggeren' (op grootmeesterniveau) introduceerde. 'Uitvluggeren' is een manier om een einde te forceren van een partij, die veel tijd nodig heeft en maakt het mogelijk om zo'n partij niet op beter inzicht of stellingsvoordeel, maar op een handiger omgaan met de bedenktijd, te winnen. Riep het (uitvluggeren) in eerste instantie nog een zekere gêne op bij damgrootmeesters en werd het daarom nog niet al te serieus genomen, tegenwoordig moet men het beheersen. Je moet als serieuze topgrootmeester in staat zijn om zowel links- als rechtshandig te spelen(!) en snel zetten doen (dan maar zonder de gevolgen te overzien!); zaken die een zichzelf respecterende denksport eigenlijk niet zou moeten willen!  
De uitvluggerfase is geëvolueerd van een spijtig bijverschijnsel tot het belangrijkste wat een partij tussen twee topdamgrootmeesters het publiek tegenwoordig te bieden heeft: spanning en sensatie. Emotie dus en daarmee is alles duidelijk; instant-emotie. Sinds de invoering van reality tv, is het tegenwoordig alom geaccepteerd. Mijn hersenen kunnen er echter maar niet aan wennen; de overdreven emotie-tv laat ik aan me voorbij gaan en met (nog steeds) vreemde verbazing aanschouw ik wat er tegenwoordig allemaal normaal wordt gevonden in het dammen der Grand Maîtres!! 

Damgrootmeesters (als ook de damliefhebbers) willen echt nog wel zelfstandig nadenken (daarom hebben ze toch voor een denksport als hobby gekozen, dunkt me) en zeker wanneer men een partij speelt, is de noodzaak daartoe onverminderd aanwezig. Het meedenken als toeschouwer bij een topdamtoernooi, dat is iets wat geheel van karakter is veranderd.
De nieuwsgierigheid, het leermoment, het trachten te doorgronden van de denkprocessen van een topdammer, dat gaat nu allemaal via het filter van onze 'meelopende' computer en is daarmee verworden tot een onmiddellijk bevredigbare behoefte. Daarmee is ruimte ontstaan voor wat blijkbaar ook een belangrijke behoefte is, namelijk die van het meebeleven, het voelen van het lijden en de euforie,van het drama dat zich tussen die twee topdammers voltrekt. 
En dus moeten die grootmeesters gedwongen worden (door het uitvluggeren) om dat drama ook te leveren.Dus geen korte remises meer, het liefst helemaal geen remises meer(!), want daar schiet de emotiemeter van de toeschouwer niet van uit.We moeten willen(??) dat er winst en vooral verlies uitrolt, er moet drama (blunders) zijn en als dat er niet is, of niet voldoende, zijn we niet tevreden,  hoe correct en mooi de partij ook geweest is! Moeten we dat wel willen(?); er zijn mensen die ons dat willen doen geloven!

Red de remise . . . 

Er wordt ons dammers aangepraat dat 'De Remise' dodelijk zou zijn voor onze sport; dat is klinkklare onzin! Een prachtige, volledige, partij, die in een puntendeling eindigt is helemaal niet slecht voor de damsport; akkoord, een onvolledige (halverwege de partij) salon-remise, is dat wel. Zo'n 40 jaar geleden (ik weet het, ik val in herhaling) was het voetballen op topniveau niet meer om aan te gluren (catenaccio); toen greep de internationale voetbalbond in en riep de topclubs op, om het afbraakvoetbal vaarwel te zeggen en in ieder geval te zorgen voor meer strijd tussen de witte kalklijnen. Dat geschiedde en het voetbal nam een vlucht. 

Voor (waarschijnlijk meer dan) 95% van de beoefenaren is het dammen helemaal geen remisespel; angst voor verlies, dan wel onkunde, is voor damliefhebbers vaak de reden van een bloedeloze puntendeling. Voor grootmeesters geldt waarschijnlijk hetzelfde, maar daar kan ik natuurlijk (als liefhebber) niet over oordelen. Ook moet het allemaal dynamischer, omdat de jeugd dat tegenwoordig wil; kletskoek! Wanneer jeugdigen een hobby met dynamiek willen, kiezen ze echt niet voor een denksport; zij die wel voor een denksport kiezen, doen dat, omdat het voor hen helemaal niet zo dynamisch en enerverend hoeft te zijn! Ik zie jongeren van nog maar net 10 jaar oud, die meer zitvlees hebben dan veel ouderen. 
Laat het duidelijk zijn, dat het excuus van 'de jongeren willen . . .', berust op onzin! "Al die remises zijn niet te verkopen aan 'de buitenwereld'"; ook dat is lariekoek!
Dammers zijn misschien niet in staat om 'de buitenwereld' duidelijk te maken dat, wanneer een mooie partij in remise eindigt, het voor de damwereld heel bevredigend en zelfs mooi kan zijn! Ik spreek regelmatig met mensen uit die 'buitenwereld' over het dammen en nog nooit heb ik iemand ontmoet die over (te veel aan) remises begon. Ook 'het stoffig imago' van het dammen hoor ik nooit uit de mond van 'de buitenwereld'; het is iets waar dammers zelf mee op de proppen komen! Wel weet ik zeker dat, wanneer men aan de essentie van het dammen komt (denksport), dat men moet vrezen voor een afname van het aantal beoefenaars! 
Maar wanneer men de schouders onder 'het dammen' zet, door het opleiden van jeugd en ouderen(!!), zal de eeuwenoude damsport tot in lengte van dagen zal voortbestaan! De gezondheid van een sport valt en staat met het opleiden van jongeren; een sport die men op 'hoge leeftijd' nog actief kan beoefenen, doet er goed aan zich ook in te zetten voor die (volwaardige) doelgroep!

Petite histoire . . . 

Enige weken geleden kwam er een oudere man bij ons op de damclub; hij had wel interesse om te dammen. Drie weken achter elkaar werd de beste man van het bord gerausd, daarna hebben we niets meer van hem vernomen . . . (zucht).  Zo moet het dus niet!

Diverse damclubs zetten zich al jaren in voor het jeugddammen en plukken daar thans de vruchten van. Bijvoorbeeld damclubs als Het Noorden (Groningen), Den Haag,  Hoogeveen, W.S.D.V. (Wageningen) en anderen leveren goede spelers af. De damclub uit Heerenveen/Mildam richt al enige jaren haar pijlen op ouderen en komt tegenwoordig (als enige Friese club) met drie teams uit in de Nationale Clubcompetitie. Zo moet het dus wel!



woensdag 3 mei 2017

Gekruiste emoties...

  Door Tjalling van den Bosch

Voor uw penneleur was alles, wat sport zo mooi maakt, aanwezig voor aanvang van de laatste ronde van het NK-dammen voor junioren 2017 (te Westerhaar). Dus op zaterdag 29 april afgereisd naar the draughts-cave van damclub Denk En Zet Witte van Moort (dat is inderdaad een hele mond vol, maar het is een damclub om jaloers op te zijn; eigen clublokaal, drie teams in de NC en aan de lopende band damactiviteiten). 

Vooraf . . . 

Voor aanvang van het toernooi was wel duidelijk, dat de eerste plaats een tweestrijd zou worden tussen Wouter Wolff en Jitse Slump; misschien dat Nick Waterink zich nog zou kunnen mengen in de strijd om de titel. 
In eerste instantie leek Wolff linea recta op de titel af te stevenen; hij liep in de zevende ronde echter een fikse deuk op. Tot dan toe had Wolff al zijn partijen gewonnen; na eerst op die bewuste (donder-)dag (zesde ronde) remise te hebben gespeeld tegen Slump (die al een puntje - tegen Mensinga - had verspeeld) moest Wolff 's middags aantreden tegen Marco de Leeuw. Het 'papieren' verschil tussen beide was dermate in het voordeel van Wolff, dat je er gerust van uit kon gaan dat hij ook die partij naar zich toe zou gaan trekken. 
Jitse Slump

Maar, Wolff overspeelde zijn hand(!); hij kwam slecht te staan en 
toen De Leeuw met opvallend vaste hand het voordeel verzilverde, nam Slump (na zijn plusremise in die ronde tegen Machiel Weistra) de leiding in het tussenklassement over. In punten stonden Slump en Wolff toen nog wel gelijk, maar dat plusje zorgde ervoor dat de eerste alleen op 'pole position' stond. 

In de voorlaatste ronde wonnen de twee kemphanen hun partijen, zodat het tussenklassement, voor aanvang van de laatste ronde, als volgt was: 1. Slump met 13 (+) punten, 2. Wolff 13, 3. Waterink 11 en Wouter Morssink met 9 (+) punten. 
En laten die vier nu precies tegen elkaar moeten in de laatste ronde(!): Morssink - Slump en Waterink - Wolff. Bij winst zou Slump het kampioenschap op zijn naam schrijven; echter, wanneer Morssink zou winnen, dan zou hij nog derde kunnen worden! Wolff moest winnen, maar wanneer Slump (een gelijkwaardige) remise zou behalen, dan kon hij door een plusremise nog een kampioensbarrage afdwingen.Waterink kon door een puntendeling zijn derde plaats veilig stellen; zelfs bij winst zat er voor hem niet meer in.
U begrijpt het al, voor het viertal podiumkandidaten was niet alleen de 'eigen' partij in deze laatste ronde primair, ook de ontwikkelingen op het 'andere' bord waren uiterst belangrijk! Gekruiste emoties dus; sport in optima forma. 

In het teken van . . . 

Wanneer je het clublokaal van D.E.Z. WvM (dat scheelt veel typewerk) binnengaat, dan weet je het wel; alles staat in het teken van 'het dammen'. Na het betreden van de speelzaal ging de aandacht natuurlijk direct uit naar de allesbeslissende partijen; de jongeren zitten er stoer bij, zoals de testosteron het op die leeftijd gebiedt. Serieus kijkend en de rugzak naast zich op de grond; qua kleding natuurlijk dat, wat de laatste mode vereist. 
Inzoomend op de vier kanshebbers zagen we dat Slump zijn traditionele voetroffel doet; opponent Morssink lijkt de hele tijd te lachen, maar dat komt doordat, wanneer hij nadenkt, hij zijn ogen enigszins dichtknijpt, waardoor zijn mondhoeken ook omhoog komen . . .! Wolff heeft van nature 'grote' ogen, waardoor zijn pupillen en veel oogwit duidelijk zichtbaar zijn; dat geeft hem een bepaalde virginiteit. Tegenstander Waterink zit er dan wel rustig bij, maar je voelt zijn dadendrang; hij bruist van energie. Maar wanneer je alle deelnemers in 'één blik vangt', lijken het natuurlijk meer een stel ambtenaren die achter hun bureaus zitten (waarom maken mensen altijd grapjes over ambtenaren; ze doen toch niks!). 

Heerlijk ouderwets . . .

Afijn, ik laat de hoofdrolspelers verder met rust en ga naar het bargedeelte. Hier kunnen de toeschouwers de partijen volgen vanaf een groot scherm; gelukkig zien we de computer(-waardering) niet en is er ook geen connaisseur, die uitleg geeft. We moeten dus (heerlijk ouderwets) zelf aan de slag met een dambord. Slump kan volgens mij onmogelijk tevreden zijn over zijn opening; Morssink lijkt zelfs iets gemakkelijker te staan. Wolff heeft te maken met een sterk aanvallende Waterink; de schijvenverdeling (op het bord) van de laatste is behoorlijk 'uit evenwicht' en hij zal keuzes moeten maken. In een flink uitgedunde stand lijkt Slump langzaam maar zeker enig voordeel te krijgen, alhoewel er van directe winstvarianten nog geen sprake is. Wolff lijkt de (aanvallende) dadendrang van Waterink langzaam maar zeker onder controle te krijgen, maar er loert ook het nodige gevaar. 
Uiteindelijk weten zowel Slump als Wolff schijfwinst af te dwingen, maar zijn de overgebleven standen ook daadwerkelijk in winst om te zetten(?); mede doordat de tijdsdruk zo langzamerhand een woordje gaat meespreken is dat maar zeer de vraag. Voor de toeschouwers is het in ieder geval nog lang niet duidelijk! 

En dan, na ruim 4 uur spelen, is de strijd om het kampioenschap plotseling beslist; Slump wint van Morssink. Waterink is zich bewust van het feit dat hij nu zeker is van de derde plaatst en haalt (volgens zijn vader) "direct op het verkeerde veld dam!"; gevolg Wolff wint. Door deze resultaten is de uitslag van het NK junioren 2017: 1. Jitse Slump met 15 punten uit 9 partijen (en een remiseplusje), 2. Wouter Wolff (15) en derde Nick Waterink (11). 

Verleden tijd . . . 

Tijdens de prijsuitreiking bedankte de voorzitter (Bennie Hessling) van de organiserende damclub de scheidrechter (Harrie Hoonhorst), de afgevaardigden van de K.N.D.B. en de wethouder van de gemeente Twenterand. Een speciaal woord van dank had de 'eerste man' van D.E.Z. WvM voor de sponsors en de gastgezinnen; zonder hen zou het organiseren van een dergelijk kampioenschap onmogelijk zijn. Grote dank was er ook voor de dame (wiens naam mij ontschoten is) die dagelijks voor de (deelnemers)lunch zorgde; dat is tegenwoordig helemaal niet zo makkelijk voegde de voorzitter er aan toe! Je moet rekening houden met "voor sommigen halal en anderen gluten"! Nou ja, geen gluten dan; nou dat laatste had de dame in kwestie soepeltjes opgelost(!),gewoon voor iedereen geen gluten . . .! 

En zo is het Nederlands Kampioenschap voor Junioren 2017 weer verleden tijd.
Het was een mooi en enerverend weekje dammen in Westerhaar. 
    



    

  

donderdag 27 april 2017

Koeien...

 Door Tjalling van den Bosch
                                                       
Vroeger was het totaal onbelangrijk, tegenwoordig is het een fenomeen, waar (stadse) mensen op af komen: 'Koeien voor het eerst in de wei' Men vergaapt zich aan de dartelende, uitzinnige koeien, die na enkele maanden opgehokt te hebben gezeten, in de vroege lente, weer voor het eerst en vol energie de wei in springen! De stram- en stijfheid moeten uit de spieren van de viervoetige melkproducenten; het is een natuurlijke reactie.  

Halverwege hetzelfde jaargetijde (de lente) zie je, wanneer je 'er oog voor hebt', precies hetzelfde bij dammers, wanneer zij het zomer-damseizoen inluiden (dan al? Ja dan al!). Damliefhebbers grijpen eerst 1 januari aan 'om het allemaal beter, dan wel anders, te gaan doen', nadat het de afgelopen maanden toch niet helemaal zo was gelopen als gehoopt. 
Vervolgens is het begin van de damzomer hét punt waarop men een streep zet onder de (traditioneel) tegenvallende resultaten in de wintermaanden. Al dartelend en huppelend begeven damliefhebbers zich binnenkort weer richting Spanje of Thailand om vol energie de damspieren weer soepel te maken. Ook dat is een natuurlijke reactie!

Salou . . . 

Dit jaar is het toernooi aan de Costa Dorada (Gouden Kust) de aftrap van de zomerfestiviteiten; van 21 tot en met 29 mei vindt in Hotel Cala Font te Cap Salou de 20ste editie plaats. Het damtoernooi wordt in dammerskringen simpel weg aangeduid met 'Salou'Opvallend was dat eind december (2016) de deelnemerslijst reeds uitpuilde; het maximum van 140 deelnemers was toen al ruimschoots overschreden! Nadien hebben zich toch nog zo'n 80 dammers opgegeven voor het toernooi; zij staan thans op de reservelijst, klaar om de plaatsen van eventuele 'afzeggers' in te nemen. De organisatie ziet kans om nog 5 borden extra te plaatsen in de speelzaal, waardoor het aantal deelnemers op (maximaal) 150 kan worden gebracht; toch zullen er ongetwijfeld diverse damliefhebbers teleurgesteld moeten worden. 

Thailand . . . 

Van dat soort problemen hebben de organisatoren van het 13de Thailand Open (nog) geen last. Het toernooi in Azië vindt dit jaar voor de 13de maal plaats, en wel van 26 mei tot en met 4 juni
Traditioneel is de plaats van handeling het Jomtien Garden Hotel, te Jomtien (Pattaya).
Veel damliefhebbers verblijven vaak langer in het zuiden van Azië; er worden  dan meestal excursies aan het damtoernooi vast geknoopt, zowel in Thailand, als naar buurlanden Cambodja en Vietnam. 
Voorwaar een prachtige exotische trip. 

Tegenvallend . . . 

Mochten de resultaten van damliefhebbers, in de damzomer, dan toch weer wat (of juist heel erg) tegenvallen, dan is er gelukkig nog een derde punt, waarop men beterschap kan proberen te betrachten, namelijk wanneer het nieuwe damseizoen begint (in de maand september). Traditiegetrouw wordt dan opnieuw al het oude (notatieboekjes, pennen, gelukspoppetjes) weggegooid en nieuw aangeschaft; alles om de damgoden  maar gunstig te stemmen!
Mochten de resultaten dan ook nog niet helemaal 'je dat' zijn, ach, dan dient gelukkig het nieuwe jaar zich al weer bijna aan . . .! 

Veel succes iedereen . . .!


woensdag 19 april 2017

Gedenkwaardige partij

Door Rein van der Pal

Nu Martijn van IJzendoorn in het afgelopen zaterdag geëindigde Nederlands Kampioenschap  zeven van de elf partijen winnend heeft afgesloten, zal de klaagzang over de te hoge remisemarge in het dammen wel weer even verstommen. Het toernooi kende een winstpercentage van niet minder dan 44%, ongekend hoog naar mijn inschatting.

Smaak

Na de fabelachtige score die de debuterende Van IJzendoorn liet aantekenen, horen we op het internet geluiden dat wereldkampioen Roel Boomstra zijn borst nat kan maken. Zulke opmerkingen getuigen niet direct van goede smaak. Roel Boomstra is wereldkampioen geworden door Jan Groenendijk in een match over twaalf partijen op overtuigende wijze te verslaan. Indrukwekkend is de wijze waarop Martijn van IJzendoorn het NK op zijn naam heeft geschreven. Beide prestaties moeten los van elkaar worden gezien. Of Boomstra en Van IJzendoorn elkaar ooit op het allerhoogste niveau –een match om de wereldtitel- zullen treffen, valt niet te voorspellen.
Natuurlijk brengt het dragen van de hoogste dam eer verantwoordlijkheden met zich mee, maar mag Roel even van zijn wereldtitel genieten.

Bijzaken

Vorige week zagen we hoe in het boek Terug naar Hilversum een hoofdstuk werd gewijd aan Jannes van der Wal, vanwege zijn prestaties in het Braziliaanse Sao Paulo 1982.
De schrijver, Kees Jansma bedacht de oneliner Voetbal is de belangrijkste bijzaak in het leven. Helemaal mee eens, al kan dammen daar wat mij betreft in één adem aan worden toegevoegd. Dus voetbal en dammen zijn de belangrijkste bijzaken in het leven. Sinds mijn vroege jeugd zijn beide hobby’s mij dierbaar en ik denk dat daar geen verandering meer in zal komen.


Rob Clerc en Jannes van der Wal (1983)
Sleutelduel

De partij die Jannes van der Wal in het WK 1982 in Sao Paulo tegen Rob Clerc speelde is de meest gedenkwaardige uit zijn carrière. Door een overwinning in dat sleutelduel -Clerc was de voornaamste concurrent en werd uiteindelijk tweede- legde de toen 26-jarige Van der Wal indirect beslag op de wereldtitel.

Het kan geen kwaad het beslissende fragment van deze partij nog eens voor het voetlicht te halen. De manier waarop Van der Wal gebruik maakt van de combinatieve mogelijkheden die zijn stelling biedt, maakt ook bijna 35 jaar na dato nog steeds indruk.


Wit: R. Clerc
Zw.: J. van der Wal

Wit verkeert in grote problemen. Dat de zetten 30.38-32, 30.39-34 en 30.40-34 door eenvoudige combinaties zijn verhinderd is goed te zien. Blijft over:

1. 30.33-28 22x33 31.39x28 13-19! 32.24x22 20-24 33.29x09 08-13 34.09x18 12x41 35.36x47 26x48!

2. 30.31-27 22x31 31.36x27 14-19!! en zwart heeft altijd een combinatie bijvoorbeeld: 32.40-34 19x30 33.34x14 18-22 34.27x09 08-13 35.09x18 13x41 36.14-09 26-31! en zwart gaat het eindspel winnen.
Clerc probeerde nog 30.29-23, maar verloor.


Vlak voor het WK in Brazilië had Van der Wal het sterk bezette toernooi van Kislowodsk gewonnen. Hij verkeerde in de vorm van zijn leven. 
Volgens Bauke Bies was Jannes eind 1982 de sterkste speler die er op de wereld rondliep.

woensdag 12 april 2017

Terug naar Hilversum...

Door Rein van der Pal

Ooit bedacht Kees Jansma de oneliner:
Voetbal is de belangrijkste bijzaak van het leven.
Hij besloot te kiezen voor een carrière in de sportjournalistiek, met voetbal als specialiteit.
'Het boek 'Terug naar Hilversum' begint met het WK voetbal in Engeland (1966) en eindigt precies 50 jaar later met de dood van Johan Cruijff. Wat daar tussen zit is veel, heel veel. Van elk jaar worden twee opmerkelijke gebeurtenissen bij de kop gepakt. Kees Jansma is goed geïnformeerd, zit als journalist overal bovenop en beschikt over uitstekende contacten.
De schrijver kiest steeds zijn eigen (verrassende) invalshoek en geeft vaak informatie uit de eerste hand. In 1974 gaat het wel over het WK voetbal, maar niet over de verloren finale tegen West Duitsland. De bal op de paal van Rob Rensenbrink blijft bij het WK 1978 in Argentinië onbesproken.

Jannes

Wat heeft dit nu met ons prachtige spel op de honderd velden te maken, hoor ik de lezer denken. Welnu, wanneer Jansma bij het jaar 1982 aankomt, verschijnt Jannes van der Wal in beeld. In Sao Paulo is hij wereldkampioen geworden o.a. door Rob Clerc in een rechtstreeks duel te verslaan. Talloze keren hebben ze tegen elkaar gespeeld, maar dit was met afstand de belangrijkste onderlinge partij. Het hoofdstuk krijgt als kop mee: ‘Jannes, de zwijgzame volksheld’.  Gelukkig kiest Jansma duidelijk partij voor Jannes en komt hij tot de (terechte) conclusie dat je keihard moet studeren om wereldkampioen te worden. Bij geen enkele sport word je bij toeval de beste van de wereld.

Tijdens een sportprogramma dat door Jansma werd gepresenteerd wordt Jannes in zijn uppie achter een dambord geplaatst en blijft daar, terwijl de gesprekken met anders sporters worden gevoerd, op de achtergrond een uurtje zitten. Jansma  schaamt zich er (achteraf) voor dat Van der Wal door de media wordt leeggezogen en dat hij daaraan heeft meegewerkt.

"Jannes van der Wal is een intelligente sportman. Maar hij verdient van ons, van de media, wel een tikkeltje bescherming. Hij mag geen nationale melkkoe worden".

Bij het lezen van het boek deed het me oprecht goed dat de schrijver een hoofdstukje inruimde voor onze held en zijn prestaties op waarde wist te schatten.

Groten der aarde

Jansma ontmoet de groten der aarde zoals Nelson Mandela en Mohammed Ali. Honderden (legendarische) topsporters komen langs. Van Abe Lenstra tot Bettine Vriesekoop en van Gerrie Kneteman tot Bart Veldkamp. Ook staat de schrijver uitgebreid stil bij zijn eerste stappen in de journalistiek en de concurrentiestrijd op de redactie van Studio Sport. Het boek gaat niet alleen maar over sport. Enkele hoofdstukken worden gewijd aan de politiek (DDR) en aan het familieleven van de schrijver.

Opportunistisch

Een tikkeltje opportunistisch is Kees Jansma wel. Studio Sport is zijn leven. Toch kiest hij voor het grote geld bij concurrent Sport 7. En hij maakt de overstap van journalist naar perschef bij het Nederlands Elftal. In die rol kan hij de spelers beschermen tegen opdringerige journalisten! Hij dweept met de succesvolle coach Louis van Gaal, die zichzelf in de media voortdurend als een hork presenteert.

Kees Jansma sleurt de lezer mee door 50 jaar sportgeschiedenis, in puntige hoofdstukjes met een kwinkslag hier en een knipoog daar. Je voelt als lezer dat hij plezier heeft in het schrijven. Het boek kan probleemloos mee in de nominatie voor Sportboek van het Jaar.



donderdag 6 april 2017

Jannes...(7)

Door Tjalling van den Bosch

In de vorige epistels heb ik Jannes van der Wal proberen neer te zetten als een aanzienlijk normaler mens, dan hetgeen de meeste Nederlanders altijd maar weer van hem menen te weten. Ik erger me al lange tijd aan het feit, dat Jannes altijd maar weer voor rare snoeshaan wordt versleten. Er doen verhalen over hem de ronde, die helemaal niet waar zijn, dan wel veel te sterk zijn aangedikt. 

Het Nederlandse journaille heeft er 'een handje van' om alle rare verhalen (die de ronde doen over Jannes) op één hoop te vegen en dat mondt uit in een verhaal over een halve (dan wel hele) gek! Zelfs zijn familie en vrienden worden op één of andere manier wel een opmerking in die (negatieve) richting ontlokt; meestal wordt alles, dat deze mensen positief over Jannes hebben te melden, niet eens gebruikt! Daardoor krijg je snel een verkeerd beeld van Jannes.
Ik ben natuurlijk niet blind voor alle strapatsen, die hij uithaalde, maar door alleen maar die negatieve verhalen te laten horen, doet men geen recht aan de mens Jannes van der Wal. Daarom schrijf ik het, beste lezers en lezeressen, maar eens heel duidelijk op: Jannes van der Wal was absoluut niet gek! 

Zelf ook schuldig . . . 

Jannes was er deels ook zelf schuldig aan, dat juist die opvallende kant van hem, ons altijd maar weer wordt voorgeschoteld. Hij ontdekte op een gegeven moment dat 'de nationale clown zijn', financieel het nodige opleverde; veel meer dan dat hij ooit bij elkaar zou kunnen dammen! Daarom bleef Jannes vaak ook heel bewust 'dat grappige mannetje' uithangen! 

Vriendin . . . 

Het mooiste voorbeeld van 'de gewone Jannes', kwam misschien wel uit de mond van één zijn vriendinnen: Karlijn Stoffels. In de film Jannes, van Rein Hazewinkel (en uitgezonden door de N.P.S.), vertelde Karlijn over de eerste keer, dat ze met Jannes een tijdje in Fryslân verbleef; ze was gewend om met Jannes uit te gaan in (de stad) Groningen: 
"In Fryslân was Jannes totaal iemand anders.  In de stad (Groningen) ging Jannes alvast gek doen, omdat mensen dat van hem verwachtten. Toen in Fryslân, realiseerde ik me (Karlijn Stoffels dus), dat het wel eens aan de mensen om hem heen kon liggen. In Fryslân deden mensen volkomen normaal tegen hem en viel er aan Jannes totaal niets meer te beleven."    

Iemand neerzetten . . . 

Zeker in Nederland mogen we iemand graag 'neerzetten'! Hij/zij is zo en dus wordt diegene in het overeenkomstige 'hokje' geplaatst en daar komt men niet meer zo gemakkelijk uit! Het is een zwart/wit-gedachte; voor grijstinten (dat iemand ook weleens anders kan zijn) is totaal geen ruimte! 
Jarenlang was het wegzetten van Jannes in het hokje 'rare snoeshaan (en erger)' mij dus een doorn in het oog. 
Ik hoop dat men (journalisten, maar ook 'de mensen') in de toekomst ook Jannes eens 'door een andere bril' willen bekijken. Jannes als iemand, die ook gewone menselijke trekken had; beter gezegd, Jannes van der Wal neerzetten als een normaal mens!! Jannes was intelligent, had humor, was adrem en was zich wel degelijk bewust van de wereld om zich heen; hij kon genieten van muziek en 
uitgaan. Dus zo abnormaal was hij niet. 

De Kannibaal . . . 

De Belg Eddy Merckx wordt gezien als de grootste wielrenner aller tijden; door zijn ongekende palmares kreeg hij de bijnaam De Kannibaal. Merckx was op zijn best, wanneer hij zijn sport beoefende; met alle zaken die er 'bij' kwamen, had hij (net als Jannes) moeite. 
In het boek Eddy Merckx - De Mens achter de Kannibaal, zegt één van de journalisten die 'dicht bij Merckx stond': "Eddy had er geen idee van hoe hij zich na zijn eerste grote succes moest gedragen. Hij was overdonderd. Hij begreep niet waarom hij moest antwoorden op de meest diverse vragen. Hij wilde wel een goed gesprek, maar kwam er nooit toe. Zijn opvoeding had hem geleerd te doen wat zijn omgeving vroeg. Maar zijn natuur was daar niet op ingesteld. Hij kon zich verbaal niet goed uit de slag trekken, hij las niet erg veel, hij gebruikte weinig woorden om zichzelf uit te drukken. Bovendien volgde hij de media niet erg goed". 
Tijdens het lezen van deze passage moest ik denken aan Jannes van der Wal; veel overeenkomsten tussen de beste wielrenner aller tijden en de bekendste dammer aller tijden (zeker bij niet-dammers)! 
Eddy Merckx wordt nog altijd als een Grand Seigneur weggezet en Jannes vander Wal als een . . .??     

Coda . . . (om maar even een muziekterm te gebruiken)

Zeven weken lang heb ik u vermaakt (dan wel verveeld) met de mens Jannes van der Wal, met als doel om hem eens op een andere manier 'neer te zetten'. Ik weet dat het allemaal wel wat compacter had gekund; ik weet dat ik regelmatig te lang heb doorgezaagd, maar het was mijn manier, om het beeld van Jannes (sinds 'Mies 1982'), te doorbreken! Zeven epistels lang een andere kijk 'op Jannes', ten opzichte van 35 jaar die andere Jannes!
Laatst hing er in De Arena te Amsterdam een spandoek vanwege het overlijden van Piet Keijzer:  'Herinneringen verbinden wat het oog niet meer ziet.' 

Laat de herinnering aan Jannes van der Wal niet eenzijdig zijn! 

Einde 
  
PS.: Vlak voordat de Andere Tijden Sport-documentaire over Jannes werd uitgezonden, bracht Benjamin Ree zijn documentaire Magnus uit, over het moeizame pad, dat schaakgrootmeester (Noor) Magnus Carlsen aflegde naar zijn eerste Wereldtitel Schaken. Vooral in het begin van de documentaire, waarin Magnus al op zeer jonge leeftijd wordt gevolgd, kwamen bij mij herinneringen aan Jannes naar boven. De documentaire over Carlsen duurt bijna 1½ uur en is absoluut een aanrader.   
Nu echt, over en uit . . ..