dinsdag 6 mei 2014

Afgebroken...

Door Tjalling van den Bosch

Het vorige epistel (-in de war . . .-) brak ik afgelopen week af met:  Maar . . . er klopte iets niet aan het 'nieuwe' damspel. Dat 'nieuwe' damspel is dus onze damvariant, in die tijd aangeduid als het Poolse dammen dat we tegenwoordig voor het gemak (of vanwege de promotie) maar het Internationale dammen noemen. Wat mankeerde daar dan aan? 

Voordat we dit uit de doeken doen wil ik de lezers en lezeressen even duidelijk maken dat we ons nu gaan begeven in de tijdperiode van 'tussen de twee wereldoorlogen in'; dus ruwweg van 1910 t.e.m. 1940.
Tevens wil ik even aan bronvermelding doen:
1. het boek Oer alles !  van Hiele Walinga.
2. programmaboekje van het Grutmastertoernoai Frjentsjer 2014.
3. het boek(je) Checkers van Rich. Hoogland.

De dame en de dam . . .

Er klopte dus iets niet aan het nieuwe damspel; het had namelijk een erg brede remisemarge. Waar dat aan lag was lange tijd niet duidelijk; pas toen Herman Hoogland uit Utrecht zich ging verdiepen in de Friese damvariant, kwam er duidelijkheid. (Hoogland leefde van 1891 tot 1955 en werd in 1912 wereldkampioen in het internationale spel).

Waarom verdiepte Hoogland zich in het Fryske spul ? De reden daarvoor hing van toevalligheden aan elkaar. Het begon met de mobilisatie van het Nederlandse leger vanwege het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Nederland bleef neutraal in die nutteloze strijd, maar toch riep men de manschappen (en reservisten zoals Hoogland) op om het gevaar buiten onze landsgrenzen te houden. Herman Hoogland werd gelegerd in Tilburg en nu wil het toeval dat ook Jurjen Tolsma (1886-1966) uit Sint Jacobi Parochie (Frl.) daar werd gestationeerd. Tolsma was een zeer goede dammer in het Fryske spul; men sprak toen nog niet over de kampioen van Friesland, maar dat hij één van beste spelers in die damvariant was, dat werd door iedereen in die tijd wel beaamt. Er ontstond een hechte vriendschap tussen beide jongemannen; Hoogland berichtte hierover in het Utrechtsch Dagblad onder de 'kop': Een ontmoeting met den kampioen van Friesland. Ook wisselden beiden (natuurlijk) 'hun' damvariant tegen elkaar uit en toen ging Hoogland zich afvragen, waarom er in de Friese damvariant zo weinig remises 'vielen'? De Utrechtenaar kwam tot de conclusie, dat dit kwam door de 'kracht' van de dam. In het internationale spel heeft men soms wel 4 dammen nodig om 1 dam van de opponent onschadelijk te maken! In het Friese spel daarentegen zijn 2 dammen voldoende om 1 dam te neutraliseren ! Past men dus de Friese regels toe (wat de dam betreft), dus niet alleen diagonaal, maar ook horizontaal en verticaal 'slaan', dan is de remisemarge aanzienlijk 'smaller'.

Op deze ideeën heeft een zekere Renooij voortgeborduurd met zijn dubbele (dam-)promotie. Zelfs wereldkampioen schaken Max Euwe liet er zijn visie op los. De laatstgenoemde merkte op, dat in het schaken de promotie van één pion naar een 'zwak' stuk (bijvoorbeeld een paard of loper) niet genoeg is om een eindspel te winnen. Zoals men in het schaken drie paarden nodig heeft om te winnen, als er om wat voor reden ook verder geen sterkere stukken zijn, zo is er in het internationale spel een voordeel van drie
dammen nodig. Kortom, de promotie naar dam in het internationale damspel lijkt dus veel op de promotie naar paard of loper in het schaken. Op de 64-(schaak)velden komt een dergelijke promotie zelden voor, tenzij deze noodzakelijk is om 'pat' te voorkomen. Normaliter promoveert men natuurlijk altijd naar een 'dame', omdat men met het voordeel van één dame normaliter gemakkelijk wint.

In het Friese spel is de dam dus even sterk als de dame in het schaken; Euwe merkte hierover verder nog op, dat juist in de eindfase (wanneer de meeste stukken al zijn opgeofferd) de sterkste stukken moeten worden ingezet. Zodoende is de promotie naar dame vaak doorslaggevend voor de uitslag, net als de dam in
de Friese damvariant. Het Fries dammen heeft dus ook geen remisemisère. Overigens ben ik geen voorstander om te breken met de huidige regels in het internationale spel (er wordt tegenwoordig al genoeg afgebroken!). Hoogland liet zich in die tijd ook niet uit in die richting, maar hij heeft wel getracht om het 
Amerikaanse 'checkers' in Nederland te introduceren; met één afwijkende regel, namelijk. . .  dat een dam ook horizontaal en verticaal mocht 'slaan'. In Franeker kreeg ik een boekje onder de neus gedrukt door Marten Walinga, met als titel 'Checkers'; dit (Nederlandstalige) boekje was geschreven door Rich. Hoogland, juist ja, een broer van Herman en daarin laat hij weten dat dit 'HET nieuwe dammen' is.
Het schijnt dat men eind jaren 30 (van de vorige eeuw) zomaar honderden beoefenaars had, maar het spel is tijdens de tweede wereldoorlog een stille dood gestorven.

Het bovenstaande is al weer een heel epistel, dus maar snel weer terug naar 'onze tijd' . . . Tiden hawwe tiden . . . (oftewel: Tijden veranderen . . .)
 

1 opmerking:

  1. Volgens mij wilde Hoogland wel degelijk 'de nieuwe speelwijze' introduceren in plaats van het oud-dammen.

    BeantwoordenVerwijderen