donderdag 18 januari 2018

De last...

Door Tjalling van den Bosch

Door in december 2016 de match om de wereldtitel dammen van 
Jan Groenendijk te winnen viel er een last van de schouders van 
Roel Boomstra; hij had zijn jeugddroom uit laten komen, hij was 
wereldkampioen dammen. 
Echter, 'De last' verdween niet! 
Het dragen van de titel bleek een onaangename verrassing in petto 
te hebben voor de vaandeldrager van het Nederlandse dammen;
de last van het zijn . . .! 
Ook bij twee andere denksport-wereldkampioenen kan men
(volgens mijn bescheiden mening) spreken van hetzelfde euvel!
Schaakwereldkampioen Bobby Fisher en de wereldkampioen
dammen Jannes van der Wal. 

Leeg . . . 

De helaas veel te vroeg overleden Van der Wal voelde zich, na het
behalen van zijn meest opzienbarende zege (Sao Paulo - 1982 -),
leeg; hij wilde altijd hogerop en nu was er niets meer! 
Tijdens het beroemde (beruchte?) live-interview met Mies Bouwman 
(direct na het behalen van zijn wereldtitel) probeerde de gastvrouw
nog quasi grappig "of er niks hoger was"? 
"Nou ja" probeerde Jannes nog "het heelal of zo, maar ik weet niet uh . . .", 
waarna het publiek lachte!
Uiteindelijk raakte Van der Wal in een tijdelijke depressie en ook zijn 
onvoorwaardelijke liefde voor het edele damspel was na zijn wereldtitel
al snel tanende. 

De Amerikaanse schaakgrootmeester Bobby Fisher zag zich reeds op zeer
jonge leeftijd al als wereldkampioen schaken.
Toen hij die titel, na een match (Reykjavik - 1972) tegen de zittende
wereldkampioen (de Rus Boris Spasski), had gewonnen, ging hij zich nog
zonderlinger gedragen dan dat hij altijd al deed.
Fisher zou na 1972 nooit meer een serieuze match of toernooi spelen en
altijd waren het anderen die dat volgens hem voorkwamen, het lag nooit
aan hemzelf (externe attributie - hij zocht het niet bij zichzelf, terwijl daar
wel het probleem lag! - met ander woorden, Fisher liep vanuit geestelijk
oogpunt helemaal vast!! -). 

Tegenovergestelde . . . 

Er zijn mensen die zo ééndimensionaal zijn dat ze rustig decennialang 
altijd weer hetzelfde nastreven, maar er zijn er dus ook die altijd  
meer willen (hogerop) en die laatste groep kan het geestelijk moeilijk
krijgen wanneer het uiteindelijke doel is bereikt. 
Trouwens ook de eerste groep (de 1D) kan tegen psychische problemen
aanlopen, wanneer men het beperkte van hun streven inziet! 

Ontstaan er bij sporters (en eigenlijk ook bij andere mensen die iets 
nastreven) altijd psychische problemen als het grote doel is bereikt? 
Oh nee, zeker niet, maar sporters worden in eerste instantie door de
omgeving (denk aan ouders, trainers, coaches, fysieke en mentale
begeleiders) altijd gestimuleerd om door te gaan; voorbereid om het
grote doel te bereiken. 
Daar is niets mis mee, maar . . . meestal wordt er geen rekening 
gehouden met de dag nadat het grote doel is bereikt! 
Veel sporters verblijven, na het grote succes, eerst nog een tijdje in
een roes (huldigingen, tv-optredens en wat al niet meer), maar soms
ontdekken ze dat er door niemand rekening is gehouden met het zijn
Nu valt het de directe omgeving van de sporter niet altijd kwalijk te 
nemen; men gaat er als vanzelfsprekend vanuit dat met het bereiken 
van het grote doel, 'gouden tijden' aanbreken, vol geluk en voorspoed.
Maar ooit komt de dag dat zo'n sporter 's morgens wakker wordt, naar
zijn trofee kijkt en denkt: "Wat nu?". 
Bij de meesten is er wel een natuurlijk vervolg, maar er zijn er dus
ook die moeite hebben met het oppakken van hun leven na de
grote triomf. 
Ze vinden dat de 'buitenwereld' anders naar ze kijkt, maar zelf zitten 
ze ook in een ander denkpatroon! 

Teleurstellend . . . 

Roel Boomstra zei over zijn teleurstellend optreden in 2017 tegen 
Ernst Slagter (journalist van het Nieuwsblad van het Noorden): "Mijn 
resultaten na de WK-match waren dramatisch. Ik heb in de afgelopen 
vijf jaar niet zo slecht gedamd". 
"Ik ging experimenteren. Heel stom, want ik ben wereldkampioen 
geworden door mijn eigen spel te spelen. Mijn eigen trainingsniveau 
was ook niet op peil, dus het was sowieso onzinnig om het over een
andere boeg te gooien". 
Verder gaf Boomstra in het interview aan dat hij naast zijn studie 
natuurkunde ook nog eens 40 uur per week kwijt was aan het dammen; 
tja, dan weet iedere ervaren begeleider dat er een terugslag zit aan te
komen.  

Het is te hopen dat het Boomstra gegeven is om zijn intrinsieke vuur
en passie voor het dammen terug te krijgen; hij mag dit jaar (2018)
wederom (in een match) een gooi naar de wereldtitel doen.
Zijn opponent is de huidige wereldkampioen dammen, de Rus
Alexander Shvartsman! 

Hup Roel . . .!

 

maandag 15 januari 2018

Slow movement...

Door Tjalling van den Bosch

De vaste lezers (m/v) weten het wel, ik ben een liefhebber van 
damverhalen, maar helaas zijn de meeste damboeken overdadig 
gelardeerd met diagrammen, met bijbehorende varianten. 
Op zich zijn boeken met veel diagrammen etc. helemaal niet 
verkeerd, ook daar kan ik mij uren mee vermaken, maar dan 
moet ik mij echt 'installeren'; achter het bureau met dambord 
en schijven in de aanslag. 
Soms echter wil ik alleen maar lezen; verhalen over dammen en 
dammers (m/v). 
Helaas moet ik me vaak behelpen met 'de jongens van de andere 
kant' (schakers dus).  
Schakers als Jan Timman, Genna Sosonko en Hans Ree hebben 
schitterende verhalen geschreven over het schaken en hun 
vakbroeders (en zusters). 

Op de vingers van één hand . . . 

Ik wil dus graag damverhalen lezen en dan wel in boekvorm; zijn we 
in Friesland eindelijk van die kleitabletten af, zitten we weer met zo'n 
ding in de handen. 
Nee, boeken zijn voor mij een must; lekker bladeren en eventueel 
aantekeningen maken, dat is voor mij een ware vorm van genieten! 
Maar helaas (Oh Schmerz), is het aantal boeken met damverhalen 
op de vingers van één hand te tellen. 

Bij toeval ontdekte ik een nieuw damboek, dat volledig in mijn 
behoefte voorziet(!); de titel is: Dammers - een slow movement
Kijk, dan ben ik ook niet schijterig en koop het direct; niet eerst kijken 
of het de prijs (15 euro) wel waard is, nee, een dergelijk initiatief moet 
gewaardeerd worden. 
De auteur is Martin de Wolf; een dammer die nauw verbonden is aan 
damvereniging De Variant uit Oudenbosch (Noord-Brabant). 
Onder andere door crowdfunding werd het drukken (en het uitgeven) 
van het boek mogelijk en dat is wat mij betreft maar goed ook. 

Waarschijnlijk door de vorm van het boek (vierkant) van De Wolff, 
moest ik gelijk denken aan het schaakboek van Max Pam: De zuiverste 
liefde is die tussen een man en zijn paard. 
In het schaakboek uit 1975 staan interviews met bekende schakers, 
zoals Jan Timman, Max Euwe, Hein Donner etc.; ik heb het verslonden! 
In het boek van De Wolf echter hebben damliefhebbers het hoogste 
woord; gewone dammers, met  op één of andere manier allemaal een 
link met de damclub van de auteur. 
De één is een voormalig Olympiër(!) en de ander woont en werkt in 
Australië(!), maar ze zijn allemaal gek op het spelletje. 
Het is mooi om te lezen wat deze dammers drijft en hoe men de 
zuivere liefde voor het edele damspel verwoordt! 

Uitzonderingen . . .

In het voorwoord zet de auteur op een bijzondere manier het dammen 
anno hodie neer: "Er wonen in Nederland inmiddels meer Peruanen dan 
actieve dammers. Dat is merkwaardig, gezien het feit dat Nederland voor 
Peruaanse migranten geen logische bestemming is". 

Twee andere geportretteerden komen niet uit de schoot van de 
Oudenbosche damclub. 
Hoofdstuk 1 is gewijd aan de voormalige voorzitter van de werelddambond 
(en emeritus hoogleraar antropologie) Wouter van Beek; hij heeft o.a. laten 
optekenen: "Je kunt stellen dat je met het dammen in een andere wereld 
bent, waar tijd eindeloos is. De klok naast het bord representeert dat 
parallelle tijdverloop". 
De auteur haakt daar met zijn 'slow movement' (ondertitel van het boek)
nog even op in. 
Verder gaat Van Beek nog in op de cultuurverschillen in de damwereld en 
op de unieke Nederlandse clubcultuur. 

Het tweede hoofdstuk is tot stand gekomen na twee interviews, welke in 
totaal bijna 10 uur in beslag hebben genomen; 'slow movement' in optima 
forma concludeert de schrijver.
Het is een opzienbarend verhaal geworden. 
Het chapiter gaat over niemand minder dan Ton Sijbrands (nadere introductie 
overbodig); het is een prachtig verhaal geworden, waar met zorg aan is gewerkt. 
Zo worden de diepere achtergronden duidelijk van Sijbrands' besluit om 
eind tachtiger jaren (van de vorige eeuw) opnieuw een gooi naar de wereldtitel
te doen. 
Ook komt de 'slow movement' weer aan bod; Sijbrands ziet alle veranderingen
in het speeltempo als een aanslag op het zuivere wedstrijddammen: "Die 80' +
1' vind ik juist vreselijk. Nee, ik ben heel erg voor het oude speeltempo, gewoon
50 zetten in 2 uur. Ik had nog liever 50 zetten in 3 uur gehad". 
De schrijver kaart o.a. aan "of Sijbrands niet wat calvinistisch is?", maar daar kan
de voormalige wereldkampioen zich niet in vinden. 

Het boek waar de hele damwereld zo reikhalzend naar uitkijkt, is de autobiografie
van Sijbrands zelf. 
Persoonlijk hoopte ik op een batterij aan boeken, vanaf het prille begin van
Sijbrands' carrière tot anno hodie. 
Dat gaat er niet komen(!); de autobiografie wel, maar Sijbrands geeft in het
boek van De Wolf aan dat hij het aantal partijen voor zijn (ongetwijfeld) 
magnus opus heeft teruggeschroefd van het oorspronkelijk aantal van 2.850 naar
300. 
Zonde; en ook de daaropvolgende regel: "Twee weken geleden heb ik een selectie
gemaakt van 150. Het moet uiteindelijk wel een keer af zijn natuurlijk" stemt mij 
bepaald niet vrolijk. 

Het boek Dammers - een slow movement maakt mij juist wel blij; het boek kunt 
u bestellen via email: loup1978@hotmail.com (Martin de Wolf). 

donderdag 4 januari 2018

Moet u weten...

Door Tjalling van den Bosch

Het is bekend dat de epistels op dit blog niet alleen door dammers 
worden gelezen; toch richten we ons nu tot hen (de dammers). 
Traditioneel is de maand januari (in Friesland) elke zaterdag bezet; 
natuurlijk met de Nationale Clubcompetitie (op 6 en 20 januari) en 
op de 'andere' zaterdagen staan traditiegetrouw de volgende 
twee prachtige toernooien op het programma: 

13 januari: Sibbele Reekers damtoernooi te Woudsend. 
Opgeven bij Jan Kramer (Janenrixt12@gmail.com) of bij 
Onno Reekers (o.reekers@ziggo.nl). 
Aanvang: 10.00 uur (3 partijen - speelduur: 50 minuten p.p.p.p.). 

27 januari: Hepie Koelstra-rapid-damtoernooi te Twijzelerheide. 
(U weet wel, het toernooi waardoor u miljonair kunt worden!!).
Opgeven bij Hans van Dijk (jw.vandijk@knid.nl). 
Aanvang 10.00 uur (7 ronden - speelduur 25 minuten p.p.p.p.). 

Beide toernooien hebben de laatste jaren te maken met een
neerwaartse spiraal wat betreft het aantal deelnemers; het zou 
zonde zijn als dergelijke fantastische toernooien (met een zeer
lange historie) zouden verdwijnen! 
Dus geef u z.s.m. op; u bent in ieder geval op de hoogte. 

Drie tegen één . . . 

Doorspelen in een 'drie om één' (remisestand) is voor velen zo denigrerend, 
dat men (de speler met 'één') zich daar soms vreselijk over opwindt. 
Het vergalt hun plezier, terwijl er eigenlijk niets onreglementairs gebeurt! 
Gelukkig is er in de regelementen iets vast gelegd, waardoor men niet
eindeloos kan doorspelen. 
Sowieso staat er in het reglement: 'de vijfentwintig-zetten-regel'; "vijfentwintig 
opeenvolgende zetten alleen met dammen, zonder te hebben geslagen, is
remise". 
Deze regel is niet bij veel dammers bekend, terwijl de 'zestien-zetten-regel'
in een 'drie-om-één' wel bekend, maar het daarbij de vraag is of men wel
precies weet hoe dat zit?!?  

Laten we eens uitgaan van de volgende stand: 

Wit is aan zet en de stand is remise; zwart wil echter doorspelen!
Dus begint wit met 34-29; het duurt zes zetten voordat wit op dam komt envoordat zwart al zijn schijven tot dam heeft gekroond, zijn de zestien zetten al zo'n beetje gehaald en kan wit dus de puntendeling claimen, maar . . . ., dat is echter niet volgens de regels!
De 'zestien-zetten-regel' gaat pas in op het moment dat beide spelers een dam hebben(!), dus vanuit het bovenstaande situatie duurt het nog minimaal zes wederzijdse zetten, voordat 'de-zestien-zetten-regel' ingaat!

Inderdaad is het zo, dat de stand van bovenstaand diagram potremise is; zoals goede dammers weten, moet zwart wel de lange lijn (bilnaad) bezetten en wit
kan dan (in dit specifieke geval) de overige schijven dusdanig dwarsbomen, zodat
zwart niet in staat is om zijn andere schijven tot dam te kronen, zonder de
hoofdlijn te verlaten. 
Maar daar gaat het in dit geval niet om; het feit dat velen niet precies op de hoogte
zijn van de regelementen, that's the issue!
De 'zestien-zetten-regel' gaat pas in, nadat beide spelers minimaal één dam hebben(!)dáár gaat het over. Dat is iets dat: Moet u weten . . .

Nog een voorbeeld van de 'zestien-zetten-regel', maar dan voor de gevorderden(!):

Soms is het niet noodzakelijk dat alle schijven van de meerderheidspartij ook daadwerkelijk 
tot dam worden gekroond (een * -sterretje- achter de zwarte zetten betekent dat deze zet
verplicht is): 

1.   40-44   11-16  2.  44-49   16-11  3.  45-34   11-16*  4.  49-35    16-02*  5.  34-39   02-07*  6.  50-45   07-02*  7.  35-49    02-16*  8.  45-40  16-07*  9.  39-34   07-11* (op 7-16 volgt 49-44 +)
10.  34-01   11-02*   11.  40-34   02-16* 12.  34-29  16-02*  13. 49-35  02-11* 

Nu is er een cruciaal moment aangebroken; wit kan nu winnen door 01-07 en 29-24, 15 en een halve zet; geheel volgens de regels! Maar . . ., wit ziet de andere winst! 

14  35-44   11x50 
15  01-06   50-45 
16  06-01   45x23 en remise!! het slaan van de dam op 23 is de zeventiende zet!
Absurd natuurlijk, maar de scheidsrechter is gebonden aan de reglementen en
dient in deze situatie de remise uit te spreken!!  

Zo nauw luistert het dus; het is zeer twijfelachtig of een ieder op de hoogte is (was) vandit alles! 

Salou 2018 . . . 

Dan nog even iets anders; Nederlandse dammers die mee willen doen aan het 
(open) toernooi in Salou (van zondag 20 t.e.m. maandag 28 mei) kunnen zich 
maar het beste zo spoedig mogelijk opgeven. 
U moet weten, dat het aantal beschikbare plaatsen voor Nederlandse dammers 
op (ongeveer) 75 is gesteld. 
Het maximaal aantal deelnemers aan het toernooi aan de Spaanse Gouden Kust 
(Costa Dorada in het Spaans; voor de zekerheid, in het Catalaans: Costa Daurada)
is inderdaad nog steeds 150, maar de organisatie stelt ook 75 deelnemers uit het 
buitenland in staat om mee te doen. 
De buitenlandse dammers hebben vaak wat meer tijd nodig (voordat ze definitief kunnen zeggen of ze meedoen) vanwege visum-perikelen en eventuele toestemming van hun nationale dambond.
Dat is de reden dat zij nog niet op de deelnemerslijst staan, maar er is dus wel plaats voor hen gereserveerd! 
Zo, nu bent u weer op de hoogte: Kennis (iets weten) geeft macht; kennissen hebben (op de juiste plaats) is vaak machtiger, maar dat is weer een heel ander chapiter!